Officiele publicatie

Vaststelling verordening Rekenkamercommissie Steenbergen

De raad van de gemeente Steenbergen;

gelezen het voorstel van het presidium van 19 november 2015;

gelet op:

artikel 147 van de Gemeentewet;

artikel 81 a t/m o van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende verordening;

Verordening rekenkamercommissie Steenbergen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.
    wet: Gemeentewet;
  • b.
    raad: gemeenteraad van Steenbergen;
  • c.
    commissie: rekenkamercommissie;
  • d.
    voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;
  • e.
    college: college van burgemeester en wethouders;
  • f.
    gemeentebestuur: college en raad;
  • g.
    rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente Steenbergen;
  • h.
    secretaris: de ambtelijk secretaris van de rekenkamercommissie;

Artikel 2 Rekenkamercommissie

1.

Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld wordt aangeduid als de rekenkamercommissie;

2.

De rekenkamercommissie bestaat inclusief de voorzitter uit vijf leden.

Artikel 3 Benoeming leden

1.

De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie als volgt: twee leden uit zijn midden en drie externe leden;

2.

De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadsleden zijn, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad benoemd. De externe leden worden voor een periode van vier jaar benoemd. De raad kan de externe leden één keer herbenoemen voor een periode van maximaal vier jaar;

3.

De gemeenteraad benoemt de voorzitter uit de externe leden van de rekenkamercommissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met het secretariaat en met de onderzoekers. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende externe lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste externe lid in jaren;

4.

Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en overige leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de zittende leden van de rekenkamercommissie;

5.

De leden van de rekenkamercommissie maken openbaar welke andere functies zij vervullen;

6.

In vergaderingen van de commissie wordt besloten bij meerderheid;

7.

Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij een meerderheid (quorum) van de zitting hebben leden bij de vergadering aanwezig is.

Artikel 4 Eed

Ten aanzien van de externe leden is artikel 81g van de Gemeentewet van toepassing.

Artikel 5 Ontslag en non-activiteit

1.

De raad is bevoegd de leden te ontslaan of hen op non-activiteit te stellen;

2.

Het lidmaatschap van een raadslid in de rekenkamercommissie eindigt:

  • a.
    Op eigen verzoek;
  • b.
    Indien het lid aftreedt als lid van de raad;
  • c.
    Indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie te vervullen;
  • d.
    Bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie;
  • e.
    Wanneer een lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
  • f.
    Indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.
3.

Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:

  • a.
    Op eigen verzoek;
  • b.
    Bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie;
  • c.
    Wanneer een lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft
  • d.
    Indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld.
4.

De externe leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen dan wel indien hij/zij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem/haar gestelde vertrouwen.

Artikel 6: Vergoedingen voor de voorzitter en de leden

1.

De externe leden ontvangen per bijgewoonde vergadering van de commissie een vergoeding van 185% van de het bedrag, zoals vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

2.

De voorzitter, of het lid dat het (plaatsvervangend) voorzitterschap in een vergadering van de commissie vervult, ontvangt per bijgewoonde vergadering een vergoeding van 207% van het bedrag, zoals vermeld in tabel IV van Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

3.

De vergoedingen genoemd in het eerste en tweede lid worden per 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen aam de hand van de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met betrekking tot de vergoedingen van raads- en commissieleden;

4.

De vergoedingen genoemd in het eerste en tweede lid worden per bijgewoonde vergadering vergoed en worden als volledig bedrag uitbetaald ongeacht de aard of de duur van de vergadering;

5.

De voorzitter en de externe leden van de rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding van € 35,- per uur voor het verrichten van onderzoek. Voor deze vergoeding is geen indexering van toepassing.

6.

De (plaatsvervangend) voorzitter en externe leden ontvangen voor het bijwonen van een vergadering van de commissie een vergoeding van € 0,37 per kilometer voor de in redelijkheid gemaakte reiskosten op basis van de kortste route van het vertrek- of woonadres naar de vergaderplaats van de commissie.

7.

De vergoedingen hierboven genoemd komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie.

Artikel 6a: Declaraties leden van rekenkamercommissie

1.

De in artikel 6 bedoelde vergoedingen worden achteraf uitbetaald op declaratiebasis;

2.

Voor het declareren van de in artikel 6 genoemde vergoedingen wordt gebruik gemaakt van door of namens de raad vastgestelde declaratieformulieren;

3.

Een declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het declaratieformulier wordt, indien nodig, onder bijvoeging van de vereiste bewijsstukken en specificaties, ingediend bij de griffier uiterlijk binnen drie maanden na de maand waarop de declaratie betrekking heeft.

Artikel 7: Vergoedingen voor werkzaamheden van de ambtelijk secretaris

1.

De ambtelijk secretaris ontvangt een vergoeding van € 25,- per uur voor het bijwonen van de vergaderingen en het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de rekenkamercommissie;

2.

Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt per 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen aan de hand van de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met betrekking tot de vergoeding van raads- en commissieleden;

3.

De ambtelijk secretaris ontvangt voor het bijwonen van een vergadering een reiskostenvergoeding van € 0,37 per kilometer voor de in redelijkheid gemaakte reiskosten op basis van de kortste route van het vertrek- of woonadres naar de vergaderplaats van de commissie;

4.

De vergoedingen hierboven genoemd komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie.

Artikel 7a: Declaraties ambtelijk secretaris rekenkamercommissie

1.

De in artikel 7 bedoelde vergoedingen worden achteraf uitbetaald op declaratiebasis;

2.

Voor het declareren van de in artikel 7 genoemde vergoedingen maakt de ambtelijk secretaris gebruik van de door of namens de raad vastgestelde declaratieformulieren;

3.

Een declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend door de ambtelijk secretaris en dient vervolgens voor akkoord te worden geparafeerd door de voorzitter van de rekenkamercommissie. Het geaccordeerde declaratieformulier wordt, onder bijvoeging van de vereiste bewijsstukken en specificaties ingediend bij de griffier binnen drie maanden na de maand waarop de declaratie betrekking heeft.

Artikel 8. Reglement van orde

De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.

Artikel 9. Onderwerpselectie en opdrachtverlening

1.

De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt. Zij zal bij haar keuze mede gebruik maken van onderwerpen die door de raad als verzoek zijn ingediend;

2.

Alleen de raad kan de commissie een verzoek doen tot het instellen van een onderzoek;

3.

De commissie formuleert de probleemstelling, stelt de onderzoeksopzet vast en brengt de onderzoeksopzet ter kennisneming aan de raad;

4.

De rekenkamercommissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan het verzoek van de raad wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek voldoet, zal zij daarvoor bij de raad goede gronden aanvoeren.

Artikel 10. Werkwijze

1.

De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet;

2.

De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren;

3.

De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen ten behoeve van de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie redelijk gestelde termijn te verstrekken;

4.

De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek;

5.

De commissie vergadert in beslotenheid. De commissie stelt haar rapporten openbaar beschikbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken;

6.

De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen;

7.

Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen;

8.

De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar redelijk te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt;

9.

Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en zienswijzen van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk aan de raad aangeboden.

Artikel 11. Budget

1.

De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.;

2.

Ten laste van het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

  • a.
    De vergoedingen aan de leden;
  • b.
    De ambtelijk secretaris;
  • c.
    Externe deskundigen, onderzoekers die eventueel door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;
  • d.
    Kosten ten behoeve van het beleggen van vergaderingen;
  • e.
    Eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
3.

De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.
    De “Verordening rekenkamercommissie gemeente Steenbergen”, zoals vastgesteld op 31 mei 2012 wordt ingetrokken.
  • 2.
    De onderhavige verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.
  • 3.
    De verordening wordt aangehaald als “Verordening rekenkamercommissie Steenbergen”.

Steenbergen, 17 december 2015

De raad voornoemd,

De griffier de voorzitter

Drs. E.P.M. van der Meer R.P. van den Belt MBA