Officiele publicatie

Vaststelling Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2016 gemeente Steenbergen

De raad van de gemeente Steenbergen;

In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.29 september 2015

Gelet op:

artikel 147 Gemeentewet

artikel 226 van de Gemeentewet

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2016

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente.

Artikel 2 Belastingplicht

1.

Belastingplichtig is de houder van een hond.

2.

Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft tenzij blijkt dat een ander de houder is.

3.

Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Artikel 3 Vrijstellingen

1.

In dit artikel wordt verstaan onder een hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, aangemeld overeenkomstig artikel 3,7, eerste lid van het Besluit houders van dieren.

2.

De belasting wordt niet geheven voor honden:

  • a.
    die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon wordt gehouden;
  • b.
    die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden
  • c.
    die verblijven in een hondenasiel;
  • d.
    die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;
  • e.
    die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.

Artikel 4 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal houden dat wordt gehouden.

Artikel 5 Belastingtarief

  • 1.
    De belasting bedraagt per kalenderjaar;
  • a.
    voor een eerste hond € 73,--
  • b.
    voor een tweede hond € 75,-- en voor elke volgende hond € 5,00 meer dan de voorgaande hond.
  • 2.
    In afwijking van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 151,00 per kennel.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wijze van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1.

De Belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het jaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het aantal toegenomen honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden nog overblijven.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het jaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,--.

4.

Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslag verschuldigd bedrag hondenbelasting of andere heffingen aangemerkt als belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds twee maanden later.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingincasso kunnen worden afgeschreven dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3.

De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de, in de vorige leden, gestelde termijnen.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de hondenbelasting.

Artikel 11 Overgangsrecht

De ‘Verordening hondenbelasting 2015’ van 6-11-2014 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum met ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

1.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

2.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening hondenbelasting 2016’

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 november 2015.

Steenbergen, 5 november 2015.

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter

drs E.P.M. van der Meer J.A.M. Vos