Officiele publicatie

Vaststelling Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2017 Gemeente Steenbergen

De raad van de gemeente Steenbergen;

In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 oktober 2016.

Gelet op:

artikel 147 Gemeentewet

artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2017

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.
    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’ gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer.
  • 2.
    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
    • a.
      groene mini-container: een container met een inhoud van 140 liter, dan wel 240 liter, bestemd voor het groente- fruit-, en tuinafval;
    • b.
      grijze mini-container: een container met een inhoud van 140 liter dan wel 240 liter, bestemd voor het overige afval;

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.
    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer
  • 2.
    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.
    De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  • 2.
    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  • 3.
    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  • 4.
    Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 8 Termijnen van betaling

  • 1.
    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet moeten de aanslagen worden betaald in twee termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet vermeld en de tweede termijn zes maanden later.
  • 2.
    In afwijking van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding

Voor het gedeelte van de aanslag dat een gevolg is van de plaatsing van één of meer extra groene minicontainers wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 11 Overgangsrecht

De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2016’ van 5 november 2015 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.
    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
  • 2.
    De datum van de heffing is 1 januari 2017.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2017’

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 15 december 2016.

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter

drs. E P.M. van der Meer R.P. van den Belt MBA

Tarieventabel 2017 behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2017

Hoofdstuk 1.1. Maatstaf en jaarlijks tarief afvalstoffenheffing voor standaardpakket

1.1.1

Het tarief bedraagt per perceel per belastingjaar

Deze belasting is gebaseerd op de mogelijkheid om per perceel één container bestemd voor groente-, fruit-, en tuinafval met een inhoud van 240 liter en één container bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen met een inhoud van 240 liter te gebruiken.

€ 328,00

1.1.2

In afwijking van onderdeel 1.1.1 wordt de belasting bedoeld in onderdeel 1.1.1 voor percelen die voor de afvalverwijdering zijn aangewezen op een verzamelcontainer voor groente-, fruit-, en tuinafval en voor de overige afvalstoffen

€ 246,00

Hoofdstuk 1.2. Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

1,2.

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag omwisselen van een container met een groter of kleiner volume, per keer naar een

1.2.1

container van 240 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen en een container van 140 liter, bestemd voor groente-, fruit-, en tuinafval

€ 310,00

1.2.2

container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen en een container van 140 liter bestemd voor groente-, fruit-, en tuinafval

€ 246,00

1.2.3

container van 140 liter, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen en een container van 240 liter bestemd voor groente-, fruit-, en tuinafval

€ 264,00

Hoofdstuk 1.3 Maatstaven en tarieven voor afvalstoffenheffing voor extra containers

1.3.1

De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, om bruikleen hebben van een extra

1.3.1.1

container van 240 liter bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen per extra container met

€ 257,00

1.3.1.2

container van 140 liter bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen per extra container met

€ 193,00

1.3.1.3

container van 240 liter bestemd voor groente-, fruit-, en tuinafval per extra container met

€ 71,00

1.3.1.4

container van 140 liter bestemd voor groente-, fruit-, en tuinafval per extra container met

€ 53,00

Hoofdstuk 2.1 Administratie- en leveringskosten voor het wijzigen van het containerpakket

2.1.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1. bedragen de administratie- en leveringskosten voor het op aanvraag

2.1.1.1.

omwisselen van een container van 140 liter bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen voor een zelfde container van 240 liter

€ 25,00

2.1.1.2

omwisselen van een container van 240 liter bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen voor een zelfde container van 140 liter

€ 0,00

2.1.1.3

omwisselen van een container van 140 liter bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval voor een zelfde container van 240 liter

€ 0,00

2.1.1.4

omwisselen van een container van 240 liter bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval voor een zelfde container van 140 liter

€ 25,00

Steenbergen, 15 december 2016

De raad voornoemd,

de griffier de voorzitter

drs. E P.M. van der Meer R.P. van den Belt MBA