Officiele publicatie

Vaststelling Subsidieregeling kunst en cultuur gemeente Steenbergen 2015

Burgemeester en wethouders van Steenbergen:

Overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van kunst en cultuur;

Overwegende dat het gewenst is cultuureducatie in het primair onderwijs en buitenschoolse culturele vormingsactiviteiten te stimuleren, en daarmee kinderen een kans word geboden om hun creatief talent te ontdekken en te ontwikkelen;

Overwegende dat de gemeente Steenbergen een Algemene subsidieverordening heeft opgesteld en het daarnaast noodzakelijk is nadere regels vast te stellen waarin is aangegeven welke activiteiten worden gesubsidieerd en de nadere voorwaarden vast te stellen waaronder subsidies worden verstrekt;

Gelet op

Besluiten: vast te stellen de Subsidieregeling kunst en cultuur gemeente Steenbergen 2015.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.
    aanbieder: een natuurlijk persoon die gecertificeerd is tot uitvoering van culturele vormingsactiviteiten; een docent is gecertificeerd wanneer hij/zij een diploma van een kunstvakopleiding kan overleggen op ten minste HBO-niveau, of als hij/zij een bewijs van inschrijving van minimaal het tweede studiejaar van een dergelijke opleiding kan overleggen; het college erkent een rechtspersoon als aanbieder als zij werkt met personeel die aan genoemde voorwaarden voldoet;
  • b.
    aantal leerlingen: het aantal leerlingen van een school zoals gepubliceerd door de Dienst Uitvoering Onderwijs;
  • c.
    activiteitenplan: een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en waarin per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen wordt vermeld;
  • d.
    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Steenbergen 2015;
  • e.
    beleidsplan cultuureducatie: een document, opgesteld door de interne cultuurcoördinator, waarin een school haar visie op cultuureducatie vastlegt en waarin de randvoorwaarden om deze visie uit te voeren (waaronder financiële middelen, personele uren en een inhoudelijke planning) zijn bepaald;
  • f.
    begroting: een schriftelijk overzicht van alle voor het kalenderjaar geraamde kosten en uitgaven van een rechtspersoon, voor zover deze betrekking hebben op de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het vermeldt tevens een globale vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het voorgaande kalenderjaar;
  • g.
    cultureel evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak op het gebied van kunst en cultuur;
  • h.
    cultuureducatie: alle vormen van educatie (waaronder kunsteducatie, literatuureducatie, media-educatie en erfgoededucatie) binnen het primair onderwijs in de gemeente Steenbergen, waarbij cultuur als doel of als middel wordt ingezet;
  • i.
    cursusjaar: het tijdvak dat loopt van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;
  • j.
    deelnemer: een persoon die op het moment van indiening van een subsidieaanvraag inwoner is van de gemeente Steenbergen en die in het cursusjaar waarin hij/zij aan culturele vormingsactiviteiten deelneemt ten minste vier jaar oud is en de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
  • k.
    dekkingsplan: een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteit, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
  • l.
    ICC certificaat: een door het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst, landelijk erkend certificaat Interne Cultuurcoördinator;
  • m.
    interne cultuurcoördinator: een leerkracht werkzaam binnen een school die door middel van een gecertificeerde cursus geschoold is om cultuureducatiebeleid voor de school op te stellen en de uitvoering ervan te coördineren en hiervoor tenminste twintig taakuren per schooljaar beschikbaar heeft;
  • n.
    lumpsum: bij lumpsumfinanciering ontvangt een schoolbestuur één budget van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (lumpsum betekent ‘een bedrag ineens’), voor haar personele en materiële kosten op grond van het aantal leerlingen dat de school op 1 oktober van het voorgaande jaar telde;
  • o.
    prestatiebox: een school ontvangt via de Regeling prestatiebox primair onderwijs een bedrag per leerling per schooljaar, wat jaarlijks wordt vastgesteld, voor het versterken van de samenhang binnen het leergebied kunstzinnige oriëntatie en voor het verhogen van de kwaliteit van cultuureducatie;
  • p.
    school: een school of onderwijsinstelling zoals bepaald in de Wet op het Primair Onderwijs;
  • q.
    schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;
  • r.
    sociale cohesie: de mate waarin mensen in hun gedrag en beleving uitdrukking geven aan hun betrokkenheid bij maatschappelijke verbanden in hun persoonlijk leven, als lid van de maatschappij en als burger in de samenleving;
  • s.
    Steenbergs belang: een activiteit moet specifiek beschikbaar zijn voor en gericht zijn op inwoners van de gemeente Steenbergen. Een subsidieaanvraag dient een aantoonbare bijdrage te leveren aan de door de raad vastgestelde beleidsdoelen;
  • t.
    verzamelinkomen: het door de belastinginspecteur bij aanslag of schriftelijke verklaring vastgestelde verzamelinkomen over het voorafgaande kalenderjaar van het cursusjaar of bij afwezigheid hiervan een daarmee gelijk te stellen of hierop te herleiden inkomen;
  • u.
    werkplan: een op schrift gesteld besluit van het bestuur van een rechtspersoon die subsidie ontvangt, waarin voor de periode van een jaar een beschrijving en motivering wordt gegeven van de aard en omvang van de (subsidiabele) activiteiten van een aanvrager in relatie tot de gestelde doelen en waarin wordt aangegeven met welke middelen de beoogde doeleinden worden bereikt. Een overzicht vermeld tevens per activiteit de daarvoor benodigde kosten (personele- en materiële middelen).

Artikel 2. Subsidievormen

1.

Overeenkomstig artikel 11, tweede lid, van de ASV, kunnen subsidievormen vastgesteld worden.

2.

Het verstrekken van eenmalige subsidie, als bedoeld in artikel 6, tweede lid onder a, van de ASV, geschiedt in ieder geval in de vorm van een:

  • a.
    culturele subsidie: een subsidie om activiteiten van eenmalige, incidentele aard uit te voeren.
3.

Het verstrekken van structurele subsidies, als bedoeld in artikel 6, tweede lid onder b, van de ASV, geschiedt in ieder geval in de vorm van een:

  • a.
    subsidie cultuureducatie primair onderwijs: een subsidie die gericht is op het realiseren van binnen het gemeentelijke beleid passende activiteiten;
  • b.
    subsidie culturele vorming: een subsidie die gericht is op het realiseren van binnen het gemeentelijke beleid passende activiteiten.

Artikel 3. Wijze van verdeling

1.

Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie geschiedt in volgorde van indiening bij het college, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

2.

Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 4. Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd wanneer:

  • a.
    de organisatorische en/of financiële continuïteit van een aanvrager en/of een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd onvoldoende is gewaarborgd;
  • b.
    een activiteit met een commercieel karakter of waarbij sprake is van winstoogmerk;
  • c.
    een subsidieontvanger geen eigen middelen inbrengt, indien het een subsidie betreft als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a;
  • d.
    een aanvrager zelf de volledige middelen uit de prestatiebox en de lumpsumgelden niet beschikbaar stelt voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, indien het een subsidie betreft als bedoeld in artikel 2, derde lid onder a;
  • e.
    het belastbaar verzamelinkomen van een ouder/verzorger, over het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, meer bedraagt dan € 33.500, indien het een subsidie betreft als bedoeld in artikel 2, derde lid onder b.

Artikel 5. Verplichtingen

1.

Het college kan een verplichting opleggen ten aanzien van de bevordering van het Steenbergs belang.

2.

Indien een subsidieontvanger voor dezelfde of vergelijkbare activiteiten tevens subsidie heeft aangevraagd bij één of meer andere bestuursorganen of private organisaties of personen, dan moet zij daarvan mededeling doen bij de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling daarvan.

3.

Indien de voortgang van de uitvoering van activiteiten of de prestaties niet corresponderen met de planning in een aanvraag of bijbehorende begroting, dan brengt een subsidieontvanger het college daarvan onverwijld op de hoogte. Tevens wordt door een subsidieontvanger aangegeven op welke wijze, binnen welk tijdsbestek en met welke financiële consequenties de realisatie van het werkplan alsnog zal worden bereikt.

4.

Het college kan in een verleningsbeschikking een subsidieontvanger verplichten tussentijds verslag uit te brengen over de voortgang van een activiteit dan wel de realisatie van prestaties.

5.

Een subsidieontvanger stelt het college onverwijld op de hoogte van:

  • a.
    haar faillissement of het voornemen tot het doen van aangifte daarvan, of haar surseance van betaling of het aanvragen daarvan;
  • b.
    wijzigingen van de statuten en de bestuurssamenstelling.

Artikel 6. Uitbetaling

1.

Een subsidie wordt uitbetaald in twee delen:

  • a.
    80% als voorschot, voorafgaand aan de activiteit of het project;
  • b.
    20% nadat de verantwoording is ingediend en goedgekeurd.
2.

Een subsidie culturele vorming wordt, in afwijking van het vorige lid, in één keer uitbetaald, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag.

Hoofdstuk 2. Eenmaligeculturele subsidie

Artikel 7. Toepassingsbereik

1.

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 8 bedoelde activiteit.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 van de ASV kan:

  • a.
    een aanvraag om subsidie uitsluitend door een rechtspersoon worden ingediend;
  • b.
    uitsluitend aan een rechtspersoon subsidie worden verleend.

Artikel 8. Activiteit

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor een cultureel evenement dat de sociale cohesie versterkt.

Artikel 9. Doelgroep

Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden aan een rechtspersoon binnen de gemeente Steenbergen.

Artikel 10. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

1.

Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 8 en die de normale kosten van de activiteit van een aanvrager te boven gaan.

2.

Niet voor subsidie in aanmerking komen:

  • a.
    reis- en verblijfkosten;
  • b.
    cateringkosten;
  • c.
    kosten voor uitgeloofde prijzen en/of de kosten die niet in de oorspronkelijke aanvraag zijn genoemd of begroot.

Artikel 11. Hoogte van de subsidie

1.

Het toegekende subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van het door de aanvrager ingediende plan en begroting.

2.

Een subsidie bedraagt maximaal de hoogte van het exploitatietekort.

Artikel 12. Aanvraag

1.

Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met:

  • a.
    een activiteitenplan;
  • b.
    een begroting en werkplan.
2.

Het college kan een dekkingsplan vragen bij een aanvraag boven een bepaald subsidiebedrag.

3.

Een aanvraag om een subsidie kan, in afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV, gedurende het gehele jaar worden ingediend, zolang het subsidieplafond nog niet is bereikt, maar ten minste twaalf weken voor aanvang van een activiteit.

Artikel 13. Verantwoording

Een aanvrager dient de besteding van de subsidie, in afwijking van artikel 16, tweede lid, van de ASV, binnen acht weken na afloop van de activiteit te verantwoorden door het indienen van een eindafrekening en een verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, indien een activiteit een looptijd heeft van minder dan een (subsidie)jaar.

Hoofdstuk 3. Subsidie cultuureducatie primair onderwijs

Artikel 14. Toepassingsbereik

1.

Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 15 bedoelde activiteiten.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 van de ASV kan:

  • a.
    een aanvraag om subsidie uitsluitend door een school worden ingediend;
  • b.
    uitsluitend aan een school subsidie worden verleend.

Artikel 15. Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor de hieronder genoemde activiteiten:

  • a.
    culturele bezoeken, zoals aan podiumkunst, bioscoop, museum, atelier, bibliotheek, creativiteitscentrum, archief, architectuur of monumenten;
  • b.
    culturele gastlessen van een kunstenaar, theaterdocent, dansdocent, schrijver of erfgoeddeskundige;
  • c.
    culturele projecten, zoals de huur van projectkisten kunst en cultuur, het maken van een schoolvoorstelling of tentoonstelling;
  • d.
    de aanschaf van cultuureducatief materiaal voor projecten en/of incidenteel gebruik;
  • e.
    het geven van expressievakken, zoals muziek, beeldende vorming (tekenen, handvaardigheid, textiele werkvormen), drama of dans.

Artikel 16. Doelgroep

Subsidie kan uitsluitend verstrekt worden aan een school binnen de gemeente Steenbergen:

  • a.
    waar ten minste één gecertificeerde interne cultuurcoördinator werkzaam is;
  • b.
    dat een actueel beleidsplan cultuureducatie heeft vastgesteld.

Artikel 17. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

1.

Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 15.

2.

Niet voor subsidie in aanmerking komen:

  • a.
    personele kosten, niet zijnde personele kosten van een vakleerkracht muziek, drama of dans;
  • b.
    kosten van activiteiten, materialen (niet zijnde materialen als bedoeld in artikel 15 onder d) of huisvesting die niet direct gerelateerd zijn aan cultuureducatie;
  • c.
    kosten van de ontwikkeling van een beleidsplan cultuureducatie en reguliere nascholing van docenten.

Artikel 18. Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt maximaal het bedrag uit de lumpsum, vermenigvuldigd met het aantal leerlingen, per 1 oktober voorafgaand aan het schooljaar van een aanvraag.

Artikel 19. Aanvraag

1.

Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met:

  • a.
    een activiteitenplan;
  • b.
    beleidsplan cultuureducatie;
  • c.
    een kopie van het ICC certificaat van de interne cultuurcoördinator.
2.

Een aanvraag om subsidie kan maximaal één maal per schooljaar worden ingediend.

3.

Een aanvraag om een subsidie wordt, in afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV, ingediend uiterlijk acht weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 20. Subsidieverlening

Het college geeft de verleningsbeschikking, in afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV, af binnen acht weken na een aanvraag.

Artikel 21. Verantwoording

Een aanvrager dient de besteding van de subsidie over het gehele schooljaar, in afwijking van artikel 16, tweede lid, van de ASV, uiterlijk 1 oktober van het daaropvolgende schooljaar te verantwoorden door het indienen van een verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, en een overzicht van de gemaakte kosten.

Hoofdstuk 4. Subsidie culturele vorming

Artikel 22. Toepassingsbereik

1.

Het bepaalde in dit hoofdstuk is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 23 bedoelde activiteiten.

2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 van de ASV kan:

  • a.
    een aanvraag om subsidie uitsluitend door een ouder/verzorger worden ingediend;
  • b.
    uitsluitend aan een ouder/verzorger subsidie worden verleend.

Artikel 23. Activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor een cursus gericht op de culturele vorming van een deelnemer, waarbij hij/zij kennis en vaardigheden wordt bijgebracht op het gebied van muziek, dans, theater of beeldende kunst.

Artikel 24. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komt het lesgeld van een cursus in aanmerking.

Artikel 25. Hoogte van de subsidie

1.

Het toegekende subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van het belastbaar verzamelinkomen van een aanvrager.

2.

De aanvrager kan voor een cursus in aanmerking komen voor een subsidie:

  • a.
    van 90% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van minder dan € 17.000;
  • b.
    van 75% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van € 17.001 tot € 22.500;
  • c.
    van 65% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van € 22.501 tot € 28.000;
  • d.
    van 50% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van € 28.001 tot € 33.500.
3.

De maximale subsidiabele kosten van het lesgeld, als bedoeld in het vorige lid, bij een cursus op het gebied van muziek bedraagt € 910.

4.

De maximale subsidiabele kosten van het lesgeld, als bedoeld in het tweede lid, bij een cursus op het gebied van dans, theater of beeldende kunst, bedraagt € 500.

5.

De aanvrager kan, in afwijking van het tweede lid, voor een cursus op het gebied van Algemene Muzikale Vorming (AMV) of Voorbereidend Instrumentaal Onderwijs (VIO), in aanmerking komen voor een subsidie:

  • a.
    van 85% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van minder dan € 17.000;
  • b.
    van 50% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van € 17.001 tot € 22.500;
  • c.
    van 30% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van € 22.501 tot € 28.000;
  • d.
    van 10% van het lesgeld bij een belastbaar verzamelinkomen van € 28.001 tot € 33.500.
6.

De maximale subsidiabele kosten van het lesgeld, als bedoeld in het vorige lid, bedraagt € 120.

7.

Het college kan besluiten om de hoogte van de subsidie vast te stellen voor 1 mei voor het daaropvolgende cursusjaar.

Artikel 26. Aanvraag en beslissing

  • 1.
    Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met:
    • a.
      een bewijs van inschrijving en een factuur van de aanbieder voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft;
    • b.
      de gegevens waaruit het verzamelinkomen van een ouder/verzorger blijkt;
    • c.
      indien het een cursus bij een natuurlijk persoon betreft:

1° een diploma van een kunstvakopleiding op ten minste HBO-niveau of een bewijs van inschrijving van minimaal het tweede studiejaar van een dergelijke opleiding;

2° een Verklaring Omtrent het Gedrag, niet ouder dan twee maanden;

3° een uittreksel van de Kamer van Koophandel of bewijs van loondienst bij een rechtspersoon, niet ouder dan één maand.

  • 2.
    Een aanvraag om subsidie kan maximaal één maal per cursusjaar worden ingediend.
  • 3.
    Een aanvraag om subsidie wordt in afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV, ingediend na 1 augustus van het betreffende cursusjaar.
  • 4.
    Het college geeft de verleningsbeschikking, in afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV, af binnen acht weken na een aanvraag.
  • 5.
    De verleningsbeschikking wordt tevens beschouwd als het besluit tot subsidievaststelling.

Artikel 27. Beëindiging en terugvordering

Onverminderd het bepaalde in artikel 12 van de ASV wordt de subsidie naar evenredigheid teruggevorderd vanaf de eerst volledige maand dat er geen lessen meer (kunnen) worden gevolgd, indien:

  • a.
    een cursus in de loop van een cursusjaar wordt beëindigd;
  • b.
    een deelnemer in de loop van een cursusjaar verhuisd naar een woonplaats buiten de gemeente Steenbergen.

Artikel 28. Overgangsbepaling

Een ouder/verzorger blijft voor het cursusjaar 2015-2016 een subsidie ontvangen op grond van de Subsidieverordening muziekonderwijs 2005, indien:

  • a.
    een ouder/verzorger op grond van de Subsidieverordening muziekonderwijs 2005 in het cursusjaar 2014-2015 een subsidie ontvangen heeft;
  • b.
    het verzamelinkomen meer bedraagt dan € 33.500;
  • c.
    de cursus van een deelnemer, gestart in het cursusjaar 2014-2015, doorloopt in het cursusjaar 2015-2016.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 29. Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2015, behoudens hoofdstuk 4; deze treedt in werking op 1 augustus 2015.

Artikel 30. Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kunst en cultuur 2015.

Steenbergen, 19 mei 2015.

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de loco-secretaris, de burgemeester,

R.A.J.M. Bogers. J.A.M. Vos