Officiele publicatie

Uitvoeringsregeling opkomstverplichting vrijwilligers Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant;

Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant;

B E S L U I T :

  • I.
    Aan hoofdstuk 19 van het ‘Reglement Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant’ worden de volgende artikelen toegevoegd:

  • A.
    Artikel 19:30:1:1 Opkomst bij alarmeringen
    • 1.
      De vrijwilliger geeft gehoor aan minimaal 30% van alle alarmeringen, te meten per kwartaal.
    • 2.
      Onder het gehoor geven aan de opkomstverplichting als bedoeld onder lid 1 wordt verstaan het verschijnen op de kazerne binnen de daartoe gestelde opkomsttijden.
  • B.
    Artikel 19:30:1:2 Opkomst bij oefeningen
    • 1.
      De vrijwilliger heeft een minimale opkomstverplichting van 60% van alle oefeningen, te meten per kwartaal.
    • 2.
      Onder het gehoor geven aan de opkomstverplichting als bedoeld onder lid 1 wordt verstaan het verschijnen op de kazerne, het actief deelnemen aan en volledig doorlopen van de oefening.
  • C.
    Artikel 19:30:1:3 Uitvoeringsregeling opkomstverplichting vrijwilligers

De wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan de bepalingen van artikel 19:30:1:1 en 19:30:1:2 is vastgelegd in de ‘Uitvoeringsregeling opkomstverplichting vrijwilligers’, behorende bij Hoofdstuk 19 van het reglement Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.

  • II.
    de volgende ‘Uitvoeringsregeling opkomstverplichting vrijwilligers’ vast te stellen:

Uitvoeringsregeling opkomstverplichting vrijwilligers Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant

Behorende bij de artikelen 19:30:1:1 en 19:30:1:2 van het Reglement Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Midden/ en West/Brabant.

Niet genoeg beoefend en getraind zijn voor het brandweervak brengt risico’s met zich mee voor de vrijwilligers, maar ook voor de collega’s. Daarnaast is het rendement beperkt van vrijwilligers die wel komen oefenen, maar een zeer beperkte bijdrage leveren aan de alarmering en uitruk. Bij sommigen is de gezellige sfeer de motivatie om bij het korps te blijven. Het probleem daarbij is dat deze korpsleden de formatie en doorstroming tegenhouden. Wij zijn een professionele organisatie en daarbij hoort een professionele opstelling van onze medewerkers. Ook zien we vanwege de vastgestelde maximale formatie per team regelmatig het probleem ontstaan dat er onvoldoende personeel beschikbaar is voor de uitruk omdat er onvoldoende opkomst is. In de meeste situaties is een gesprek tussen teamleider en ploeglid voldoende om de opkomst te verbeteren. Echter, de realiteit laat ook zien dat er vrijwilligers zijn die selectief omgaan met opkomst bij oefenen en zeker ook bij uitrukken. Deze uitvoeringsregeling geeft een nadere uitwerking van de opkomstverplichting en stelt daarmee eenduidige regels voor alle vrijwillig brandweermensen werkzaam binnen de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In de uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:

  • Vrijwilliger: de ambtenaar, aangesteld als vrijwilliger als bedoeld in Hoofdstuk 19 van het Reglement Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (RAVMWB).
  • Opkomstverplichting bij oefenen: het verschijnen op de kazerne, het actief deelnemen aan en volledig doorlopen van de oefening.
  • Opkomstverplichting bij alarmering: het verschijnen op de kazerne binnen de daartoe gestelde opkomsttijden.

Artikel 2.Opkomstverplichting bij oefeningen

a.

De vrijwilliger dient aan minimaal 60% van de oefeningen in elk kwartaal deel te nemen

b.

Indien er na een kwartaal onder de norm van 60% wordt deelgenomen zal de teamleider en/of stafofficier een gesprek aangaan met de vrijwilliger. Het doel is om te achterhalen wat de reden is en om de vrijwilliger te motiveren wel aan de verplichting te voldoen. De inhoud van dit gesprek wordt schriftelijk aan de medewerker bevestigd.

c.

Indien binnen een periode van 12 maanden gedurende twee kwartalen zonder plausibele redenen niet wordt voldaan aan de norm van 60% zal de clustercommandant de vrijwilliger op grond van artikel 19:40, onder d, schorsen voor de uitoefening van zijn brandweerfunctie. Dit wordt middels een besluit aan de vrijwilliger kenbaar gemaakt.

d.

De vrijwilliger wordt op grond van artikel 19:42 RAVMWB eervol ontslag verleend indien hij zonder plausibele redenen gedurende drie kwartalen aaneengesloten of vier losse kwartalen al dan niet aaneengesloten binnen een periode van twee kalenderjaren, niet voldoet aan de opkomstverplichting als bedoeld in dit artikel.

Toelichting bij artikel 2.

De reguliere oefeningen worden gehouden volgens het vastgesteld oefenrooster. Tussen 19.00 uur en 20.00 uur start de oefenavond en eindigt tussen 21.00 uur en 22.00 uur of duurt zolang dat noodzakelijk is. Daarnaast kunnen oefeningen worden gehouden op andere tijdstippen als dit om organisatorische redenen noodzakelijk is.

Afwezigheid moet gemeld worden bij de oefencoördinator of teamleider van elke post.

Iedereen moet, verdeeld over het gehele jaar actief deelnemen aan minimaal 60% van de reguliere oefeningen binnen de hoofdpost (buiten de specialistische extra oefeningen zoals chauffeur, pompbediende, bevelvoerder, WVD en oppervlakteredding)

Als niet voldaan kan worden aan de norm van 60% opkomst per kwartaal op de eigen post, is het bijwonen van oefeningen conform de Leidraad oefenen in een ander korps binnen de regio mogelijk, dit met toestemming van de clustercommandant/hoofd IB. Ook in die situatie zal de vrijwilliger toch een aanzienlijk aantal oefeningen binnen de eigen post moeten bijwonen. De reden hiervoor is om op deze manier goed te kunnen functioneren binnen het eigen team en behendig te blijven met het eigen kazernematerieel.

Taakstellende basisoefeningen (basis hiervoor zijn de functiebladen manschap-bevelvoerder, chauffeurpompbediende) zijn voor manschap:

ademlucht ( 102b) minimaal 4 x per jaar, levensreddende handelingen ( 102 c d) 2x per jaar, Chemiepak (122a) 1x, hydr.Redger. 112b 1x, PPMO of FireFit test 1x, basis inzetsystemen brand en HV 2x per jaar, dienen jaarlijks door een ieder beoefend. ( e.e.a. conform functieblad manschap).

Daarnaast zijn er taakgerichte oefeningen. Voor brandweerchauffeurs, bevelvoerders (minimaal functieblad 08), WVD-er en duikers/wateroppervlakte teams geldt dezelfde oefenverplichting (60%) voor hun specifieke taken. Daarnaast is het voor bevelvoerders verplicht één van de jaarlijkse bevelvoerderdagen bij te wonen.

Per kwartaal zal een overzicht worden opgesteld waarmee door de direct leidinggevende gestuurd kan worden. Als deze norm van 60% per kwartaal door bijzondere omstandigheden tijdelijk niet mogelijk is of de verplichte oefeningen niet worden gevolgd dan wordt dit vroegtijdig overlegd via de teamleider met het hoofd IB en de clustercommandant. Uiteraard kan het door bv. ziekte of persoonlijke omstandigheden zo zijn dat tijdelijk de norm niet wordt behaald. In de overwegingen en het aanspreken van korpsleden wordt hier rekening mee gehouden.

Artikel 3.Opkomstverplichting bij alarmering

  • a.
    De vrijwilliger geeft gehoor aan minimaal 30% van alle alarmeringen, te meten per kwartaal.
  • b.
    Indien er na een kwartaal niet voldaan wordt aan de opkomstnorm van 30% zal de teamleider en/of stafofficier een gesprek aangaan met de vrijwilliger. Het doel is om te achterhalen wat de reden is en om de vrijwilliger te motiveren wel aan de verplichting te voldoen. De inhoud van dit gesprek wordt schriftelijk aan de medewerker bevestigd.
  • c.
    Indien binnen een periode van 12 maanden, gedurende twee kwartalen zonder plausibele redenen niet wordt voldaan aan de opkomstnorm van 30% zal de clustercommandant met de teamleider en de vrijwilliger een gesprek aangaan. In dit gesprek wordt de vrijwilliger medegedeeld dat indien zijn opkomst onder de norm van 30% blijft, eervol ontslag verleend kan worden.
  • d.
    De vrijwilliger wordt op grond van artikel 19:42 RAVMWB eervol ontslag verleend indien hij zonder plausibele redenen gedurende drie kwartalen aaneengesloten of vier losse kwartalen al dan niet aaneengesloten, binnen een periode van twee kalenderjaren, niet voldoet aan de opkomstverplichting als bedoeld in dit artikel.

Toelichting bij artikel 3.

Elke brandweervrijwilliger is verplicht op te komen bij een alarmmelding. Echter, er zullen altijd omstandigheden kunnen zijn die het opkomen bij alarmering belemmeren. Dit kan zijn bij ziekte, werk voor de hoofdwerkgever, vakantie en dergelijke. Om die reden is de bezetting/formatienorm zodanig aangepast dat hier de ruimte voor is. Bij de aanname van vrijwilligers wordt rekening gehouden met en geselecteerd op hun beschikbaarheid overdag en buiten kantooruren.

De korpsleiding hanteert een minimum aan opkomstverplichting. Deze is verdeeld in vier blokken:

Werkdagen 07.00-18.00 u

Avonduren 18.00-24.00 u

Nachten 00.00-07.00 u

Weekend vrijdag 24.00 tot maandag 07.00 u

De opkomst van elke gealarmeerde vrijwilliger moet minimaal 30% in elk blok te bedragen. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor vrijwilliger s die in het verleden met de Brandweer afspraken hebben gemaakt over beperkingen ten aanzien van bepaalde blokken. Ook indien deze in het verleden te respecteren afspraken met de vrijwilliger zijn gemaakt, dient het gemiddelde opkomstpercentage 30% te bedragen. De opkomst dient dan in andere blokken gecompenseerd te worden.

Artikel 4.Hardheidsclausule.

In die gevallen waarin (de toepassing van) deze regeling voor de medewerker onbedoeld tot een onbillijke of onredelijke situatie leidt, kan het Dagelijks Bestuur van deze regeling afwijken.

Artikel 5.Citeertitel en Inwerkingtreding

Deze regeling kan worden aangehaald als " Uitvoeringsregeling opkomstverplichting vrijwilligers Veiligheidsregio Midden- en West- Brabant " en treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

  • III.
    deze besluiten treden met terugwerkende kracht in werking op 01-01-2015

Aldus besloten in de vergadering van het Dagelijks Bestuur, gehouden op 26 maart 2015

De secretaris,

N. van Mourik

De voorzitter,

P. Noordanus