Officiele publicatie

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter, de algemeen directeur, de directeur WVS-bedrijven en de concernhoofden van WVS-groep, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur dd. 15 juni 2015, no. 5 - 2015, dos. 4/12 A;

gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de gemeenschappelijke regeling ‘WVS-groep’;

b e s l u i t e n :

met ingang van 1 juli 2015 de tekst van het Mandaatstatuut als volgt te wijzigen (de doorgehaalde tekst wordt geschrapt en de tekst in rood wordt toegevoegd) :

Artikel 1 Definities

Dit statuut verstaat onder:

  • a.
    Het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van WVS-groep.
  • b.
    Het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van WVS-groep.
  • c.
    De voorzitter: de voorzitter van WVS-groep.
  • d.
    De algemeen directeur: de algemeen directeur van WVS-groep.
  • e.
    De ambtelijk secretaris: de ambtelijk secretaris (bestuurssecretaris) van WVS-groep.
  • f.
    De directeur WVS- de directeur van de WVS-bedrijven.

bedrijven:

  • g.
    De concernhoofden: het concernhoofd FI&A, het concernhoofd P&O en de ambtelijk
    secretaris (het concernhoofd Bestuurssecretariaat)
    van WVS-groep.
  • h.
    De afdelingshoofden: het hoofd ICT, het hoofd Financiële Administratie, het hoofd
    Salarisadministratie, de financial auditor, het hoofd Marketing & Communicatie, het hoofd Documentaire Informatievoorziening, het hoofd Directiesecretariaat, het hoofd Arbodienst, het hoofd Personeelsadvisering, het hoofd Personeelsadministratie en het hoofd Arbeidsontwikkeling van WVS-groep.
  • i.
    De bedrijfsleiders: bedrijfsleiders van de WVS-bedrijven.
  • j.
    De leden van het MT: de algemeen directeur, de directeur WVS-bedrijven, het concernhoofd FI&A en het concernhoofd P&O van WVS-groep (de ambtelijk secretaris neemt als adviseur deel aan de MT-vergaderingen).
  • k.
    De adjunct-directeur de adjunct-directeur van WVS-groep die als zodanig op voordracht van de algemeen directeur door het dagelijks bestuur wordt benoemd; de adjunct-directeur neemt de functie van algemeen directeur in voorkomende gevallen waar.
  • l.
    Het hoofd Detachering: het hoofd Detachering van WVS-groep.
  • m.
    Leidinggevenden: alle bij WVS-groep werkzame functionarissen die hiërarchisch leidinggeven.
  • n.
    Medewerkers: alle bij WVS-groep in dienst zijnde natuurlijke personen, zijnde ambtelijk
    of Wsw-personeel.
  • o.
    Exploitatiebegroting: de jaarlijks voor 1 augustus door het algemeen bestuur vast te
    stellen begroting voor het daarop volgende exploitatiejaar.
    p. Budget: het jaarlijks in december vast te stellen budget van WVS-groep voor het
    daarop volgende jaar.

Artikel 2 Kaders

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter, en de (overige) onder artikel 1 genoemde functionarissen verrichten hun taken binnen de navolgende kaders:

de Wsw;

de gemeenschappelijke regeling van WVS-groep;

de voor het ambtelijk en Wsw-personeel geldende rechtspositieregelingen, CAO’s en concernregelingen;

het door het algemeen bestuur vastgestelde beleidsplan, de begroting, het budget en het machtigingsbesluit;

de door het algemeen of dagelijks bestuur c.q. de algemeen directeur vastgestelde personele en financieel/administratieve verordeningen en reglementen;

overige relevante wet- en regelgeving.

Artikel 3 Het algemeen bestuur

1.

Het algemeen bestuur stelt het beleidsplan, de exploitatiebegroting en de gemeentelijke bijdrage vast. Voorts stelt het algemeen bestuur binnen zes en een halve maand na afloop van het boekjaar, de jaarrekening en het (sociaal) jaarverslag vast.

2.

Het algemeen bestuur mandateert aan het dagelijks bestuur de bevoegdheid tot het nemen van alle (beheers)beslissingen. Van dit mandaat zijn de volgende onderwerpen uitgezonderd:

a. het vaststellen van de (exploitatie-)begroting, de gemeentelijke bijdrage, de jaarrekening en het

(sociaal) jaarverslag;

b. het vaststellen van het algemene beleid op personeel, financieel en commercieel gebied;

  • c.
    het vaststellen van grote organisatieveranderingen;
  • d.
    het benoemen, schorsen en ontslaan van de algemeen directeur en de ambtelijk secretaris;
  • e.
    het vaststellen van de instructies voor de algemeen directeur en de ambtelijk secretaris;
  • f.
    het vaststellen van een verordening met betrekking tot het financiële beheer en een verordening
    voor de controle op de administratie en van het beheer van vermogenswaarden;
  • g.
    het vaststellen van een verordening met betrekking tot de bewaring en het beheer van archief-
    bescheiden, alsmede omtrent het toezicht daarop;
  • h.
    het bestemmen van batige exploitatiesaldi;
  • i.
    het bepalen van de wijze waarop nadelige exploitatiesaldi worden gedekt;
  • j.
    het beslissen inzake deelneming aan, toetreding tot en uittreding uit de gemeenschappelijke
    regeling door gemeenten;
  • k.
    het vaststellen van regels voor deelneming aan en gevolgen van uittreding uit de
    gemeenschappelijke regeling;
  • l.
    het beslissen inzake opheffing van de gemeenschappelijke regeling;
  • m.
    het instellen van commissies, zoals bedoeld in artikel 23 van de gemeenschappelijke regeling;
  • n.
    het aangaan van geldleningen c.q. kredieten voor zover de bedragen niet vallen binnen de
    vastgestelde begroting en het jaarlijks vast te stellen machtigingsbesluit;
  • o.
    het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten voor zover genomen door of namens het
    algemeen bestuur;
  • p.
    het vaststellen van een reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en
    het beslissen in alle daarin genoemde bevoegdheden van het algemeen bestuur;
  • q.
    het aanwijzen/verkiezen van de leden van het dagelijks bestuur;
  • r.
    het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling;
    s. het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen,
    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge
    waarborgmaatschappijen;
  • t.
    het heffen van rechten, bedoeld in artikel 30, 1e lid, onderdeel a van de
    Wet gemeenschappelijke regelingen;
  • u.
    het vaststellen van verordeningen door strafbepaling of bestuursdwang
    te handhaven.
3.

De door het dagelijks bestuur krachtens mandaat van het algemeen bestuur genomen besluiten worden binnen twee maanden na de datum waarop het besluit genomen is, ter kennis gebracht van het algemeen bestuur.

Artikel 4 Het dagelijks bestuur

1.Naast de bevoegdheden welke het dagelijks bestuur bezit ingevolge de wettelijke en overige

regelgeving, is het dagelijks bestuur bevoegd tot het nemen van de hierna volgende beslissingen:

  • a.
    het doen van openbare aanbestedingen;
  • b.
    het bevorderen van de oprichting en de instandhouding van de Ondernemingsraad c.q. andere

medezeggenschapsorganen;

c.het nemen van beslissingen in personele aangelegenheden die betrekking hebben op de

algemeen directeur en de ambtelijk secretaris, met uitzondering van de bevoegdheid tot het

benoemen, schorsen en ontslaan van deze functionarissen;

  • d.
    het nemen van beslissingen in personele aangelegenheden die betrekking hebben op de MT-
    leden;
  • e.
    het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten voor zover genomen door of namens het

dagelijks bestuur.

2.Bij het uitoefenen van de aan het dagelijks bestuur gemandateerde bevoegdheden neemt het dagelijks

bestuur de door het algemeen bestuur gegeven instructies in acht.

3.Bij gerede twijfel of een bepaalde aangelegenheid valt onder het verleende mandaat, richt het

dagelijks bestuur zich tot het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur neemt met betrekking tot die

bevoegdheid een beslissing over de vraag of het verleende mandaat al dan niet op die bevoegdheid

ziet.

Artikel 4a De voorzitter

Het dagelijks bestuur mandateert aan de voorzitter de bevoegdheid tot het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van de algemeen directeur alsmede de bevoegdheid tot het accorderen van verlofaanvragen van de algemeen directeur.

Artikel 5 De algemeen directeur

1.Het dagelijks bestuur mandateert aan de algemeen directeur de bevoegdheid tot het nemen van de

hierna genoemde (beheers)beslissingen:

  • a.
    het aangaan van verplichtingen op basis van het overzicht “financiële bevoegdheden" (zie bijlage), voor zover één en ander past binnen de vastgestelde begroting en het vastgestelde budget;
  • b.
    het vaststellen van het jaarlijkse budget;
  • c.
    het nemen van beslissingen in individuele personele aangelegenheden, zoals genoemd in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO), alsmede in de Wsw, de CAO voor de sociale werkvoorziening, de concernregelingen en de bij WVS-groep van toepassing zijnde rechtspositieregelingen;
  • d.
    het sluiten van detacheringsovereenkomsten ten behoeve van het inlenen van werknemers van Flexkompaan B.V.;
  • e.
    het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van medewerkers;
  • f.
    het vaststellen van functiewaarderingen;
  • g.
    het inhuren van uitzendkrachten ten behoeve van de centrale stafafdelingen;
  • h.
    het oninbaar verklaren/afschrijven van vorderingen tot maximaal € 50.000,-- per vordering; de algemeen directeur doet hiervan jaarlijks een gespecificeerde opgave aan het dagelijks bestuur;
  • i.
    het beslissen op klachten van medewerkers of derden, met uitzondering van klachten die
    betrekking hebben op het handelen van het algemeen en/of dagelijks bestuur zelf en klachten die betrekking hebben op het handelen van de algemeen directeur persoonlijk voor zover die betrekking hebben op seksuele intimidatie, agressie en geweld;
  • j.
    het intrekken van een Wsw-indicatie;
  • k.
    het sluiten van stage-overeenkomsten;
  • l.
    alle overige beslissingen welke betrekking hebben op de dagelijkse gang van zaken bij WVS-groep.
    • 2.
      De voorzitter mandateert aan de algemeen directeur de bevoegdheid tot het in en buiten

rechte vertegenwoordigen van WVS-groep. De algemeen directeur kan deze bevoegdheid in specifieke aangelegenheden, al dan niet onder vooraf te stellen voorwaarden, doormandateren aan functionarissen van WVS-groep.

  • 3.
    Bij het uitoefenen van de aan de algemeen directeur gemandateerde bevoegdheden neemt de algemeen directeur de door het dagelijks bestuur c.q. de voorzitter gegeven instructies in acht. Indien er een verplichting is om vóór het nemen van een beslissing een adviescommissie om advies te vragen, dan geldt het mandaat slechts voor zover conform dat advies besloten wordt.
  • 4.
    Van het bovengenoemde mandaat van de algemeen directeur zijn uitgezonderd het nemen van beslissingen in individuele personele aangelegenheden voor zover die betrekking hebben op de algemeen directeur, de ambtelijk secretaris en de MT-leden. De algemeen directeur is krachtens dit mandaat wél bevoegd tot het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van de MT-leden en de ambtelijk secretaris. Van deze bevoegdheid zijn uitgezonderd de declaraties van de algemeen directeur zelf.
  • 5.
    Bij gerede twijfel of een bepaalde aangelegenheid valt onder het verleende mandaat, richt de algemeen directeur zich tot het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur neemt met betrekking tot die bevoegdheid een beslissing over de vraag of het verleende mandaat al dan niet op die bevoegdheid ziet.
  • 6.
    De algemeen directeur is aangewezen als bestuurder van de onderneming in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden. In deze hoedanigheid voert hij het overleg met de Ondernemingsraad. Bij absentie van de algemeen directeur wordt hij als bestuurder van de onderneming in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden vervangen door de adjunct-directeur.
  • 7.
    De algemeen directeur is voorzitter van het Managementteam (MT). In het MT vindt overleg
    en afstemming plaats met betrekking tot concernbrede aangelegenheden.

Artikel 6 De ambtelijk secretaris

1.

Het dagelijks bestuur mandateert aan de ambtelijk secretaris de bevoegdheid tot het nemen van de hierna genoemde (beheers)beslissingen:

  • a.
    de bevoegdheden op grond van artikel 7, 3e lid, artikel 9, 1e lid, artikel 12, 2e en 3e lid, artikel 13, 2e lid, artikel 14, artikel 15, 1e lid, artikel 20, 3e lid, artikel 22, 2e lid, en artikel 24, 3e lid, van de Verordening Bezwaarschriftenprocedure WVS;
  • b.
    de bevoegdheden op grond van artikel 4, 8e en 10e lid, en artikel 6, 3e en 4e lid, van de Klachten- en geschillenregeling WVS-groep;
  • c.
    het beslissen op klachten van Wsw-werknemers tegen de functiewaardering;
  • d.
    het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van de bestuursleden en de commissieleden.
2.

Bij het uitoefenen van de aan de ambtelijk secretaris gemandateerde bevoegdheden neemt de ambtelijk secretaris de door het dagelijks bestuur gegeven instructies in acht. Indien er een verplichting is om vóór het nemen van een beslissing een adviescommissie om advies te vragen, dan geldt het mandaat slechts voor zover conform dat advies besloten wordt.

3.

Bij gerede twijfel of een bepaalde aangelegenheid valt onder het verleende mandaat, richt de ambtelijk secretaris zich tot het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur neemt met betrekking tot die bevoegdheid een beslissing over de vraag of het verleende mandaat al dan niet op die bevoegdheid ziet.

Artikel 7 De directeur WVS-bedrijven en de concernhoofden

  • 1.
    De algemeen directeur verleent aan de directeur WVS-bedrijven en de concernhoofden ondermandaat tot het nemen van de hierna genoemde (beheers)beslissingen:
    • a.
      het aangaan van verplichtingen aan de hand van het overzicht “financiële bevoegdheden” (zie
      bijlage) voor zover de verplichtingen passen binnen de (financiële) kaders van het jaarlijks vast
      te stellen budget van de directeur WVS-bedrijven c.q. het concernhoofd;
      b. het nemen van beslissingen in individuele personele aangelegenheden, zoals genoemd in de
      Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO),
      alsmede in de Wsw, de CAO voor de sociale werkvoorziening, de bij WVS-groep van
      toepassing zijnde rechtspositieregelingen en de concernregelingen, voor zover die beslissingen
      betrekking hebben op de in of bij de WVS-bedrijven c.q. de concernafdeling werkzame

medewerkers; voor zover het hier bedoelde ondermandaat betrekking heeft op een lid van het

bedrijfsleider c.q. een afdelingshoofd, dan wel op medewerkers die

direct aan de directeur WVS-bedrijven of het concernhoofd rapporteren, dient de

algemeen directeur vooraf te worden geconsulteerd (grootvaders principe); het hier bedoelde

ondermandaat is niet van toepassing in de gevallen, zoals genoemd in artikel 7, 5e lid van dit

Mandaatstatuut;

  • c.
    het sluiten van detacheringsovereenkomsten ten behoeve van het inlenen van werknemers van
    Flexkompaan B.V., één en ander voor zover de detacheringsovereenkomsten betrekking hebben
    op gedetacheerde medewerkers die onder de directeur WVS-bedrijven c.q. onder het betreffende
    concernhoofd werkzaam zullen zijn;
    d. het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van de in de WVS-bedrijven
    c.q. bij de concernafdeling werkzame medewerkers;
  • e.
    het sluiten van stage-overeenkomsten ten behoeve van Wsw-geïndiceerden die naar verwachting
    in aanmerking komen voor een Wsw-plaatsing en voor zover deze stagiaires werkzaamheden
    verrichten binnen de WVS-bedrijven c.q. de betreffende concernafdeling;
    f. alle overige beslissingen welke betrekking hebben op de dagelijkse gang van zaken binnen de
    WVS-bedrijven c.q. concernafdeling waarvoor de directeur WVS-bedrijven c.q. het
    concernhoofd verantwoordelijk is en waarvan de bevoegdheid niet middels ondermandaat is
    toegekend aan een andere functionaris.
    • 2.
      a. De algemeen directeur verleent aan het concernhoofd P&O onderrmandaat tot het het intrekken van Wsw-indicaties.
  • b.
    De algemeen directeur verleent aan de directeur WVS-bedrijven (onder)mandaat tot het
    inhuren van uitzendkrachten ten behoeve van de WVS-bedrijven, het sluiten van
    detacheringsovereenkomsten met inleners en het overeenkomstig het inkoopbeleid openbaar
    aanbesteden, alsmede tot het bepalen van de marktbenadering (aantal op te vragen offertes) en
    het sluiten van overeenkomsten voor (industriële) groepsdetacheringen.
    • 3.
      Bij het uitoefenen van het ondermandaat door de directeur WVS-bedrijven en het concernhoofd neemt de directeur WVS-bedrijven c.q. het concernhoofd de door de algemeen directeur gegeven instructies in acht. Indien er een verplichting is om vóór het nemen van een beslissing een adviescommissie om advies te vragen, dan geldt het ondermandaat slechts voor zover conform dat advies besloten wordt.
    • 4.
      Bij gerede twijfel of een bepaalde aangelegenheid valt onder het verleende ondermandaat, richt de directeur WVS-bedrijven c.q. het concernhoofd zich tot de algemeen directeur. De algemeen directeur neemt met betrekking tot die bevoegdheid een beslissing over de vraag of het verleende ondermandaat al dan niet op die bevoegdheid ziet.
    • 5.
      Het ondermandaat is niet van toepassing:
      • -
        in geval van aanstelling of het aangaan van een arbeidsovereenkomst, zoals bedoeld in hoofdstuk 2
        van de CAR-UWO;
      • -
        in geval van een ontslag wegens reorganisatie ingevolge art. 8:4 en 8:4:1 van de CAR-UWO;
      • -
        in geval van een ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid ingevolge artikel 8:6 van de
        CAR-UWO;
      • -
        in geval van een disciplinair ontslag ex artikel 8:12 van de CAR-UWO;
      • -
        in geval van het toepassen van disciplinaire straffen t.a.v. ambtelijke medewerkers
        (hoofdstuk 16 CAR-UWO);
        - in geval van het treffen van disciplinaire maatregelen t.a.v. Wsw-medewerkers (artikel 48
        10.1 t/m 10.3 CAO SW);
      • -
        in geval van het vaststellen van functiewaarderingen;
        - in geval van het toekennen van gratificaties;
      • -
        in geval van het toewijzen van bedrijfsauto’s en het ondertekenen van het hierop
        betrekking hebbende berijderscontract;
        - in geval van het vaststellen van functieomschrijvingen en –profielen van niet-SW functies;
        - in geval van het aangaan van een Wsw-arbeidsovereenkomst.
        In de vorengenoemde gevallen is uitsluitend de algemeen directeur bevoegd krachtens mandaat een beslissing te nemen.
    • 6.
      Het ondermandaat is tevens niet van toepassing op de concernhoofden:
      • -
        in geval van het toekennen van een bevordering;
        - in geval van het toekennen van zorgverlof.
        In de vorengenoemde gevallen zijn uitsluitend de algemeen directeur en de directeur WVS-
        bedrijven bevoegd krachtens (onder)mandaat een beslissing te nemen voor zover het werk-
        nemers betreft die werkzaam c.q. in dienst zijn bij respectievelijk de centrale (staf)diensten
        en WVS-bedrijven.

Artikel 8 De afdelingshoofden

  • 1.
    De concernhoofden verlenen aan de afdelingshoofden ondermandaat tot het nemen van de hierna genoemde (beheers)beslissingen:
    • a.
      het aangaan van verplichtingen aan de hand van het overzicht “financiële bevoegdheden" (zie bijlage) voor zover de verplichtingen passen binnen de (financiële) kaders van het jaarlijks vast te stellen budget van de afdelingshoofden;
    • b.
      het nemen van beslissingen in individuele personele aangelegenheden, zoals genoemd in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO), alsmede in de Wsw, de CAO voor de sociale werkvoorziening en de bij WVS-groep van toepassing zijnde rechtspositieregelingen en concernregelingen, voor zover die beslissingen betrekking hebben op de onder de afdelingshoofden werkzame medewerkers; het ondermandaat is niet van toepassing in de gevallen, zoals genoemd in artikel 7, 5een 6e lid van dit Mandaatstatuut, alsmede in geval van het beslissen omtrent de toekenning van bijzonder verlof;
    • c.
      het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van de onder de afdelingshoofden werkzame medewerkers;
    • d.
      alle overige beslissingen welke betrekking hebben op de dagelijkse gang van zaken binnen de
      afdeling waarvoor het afdelingshoofd verantwoordelijk is en waarvan de bevoegdheid niet middels ondermandaat is toegekend aan een andere functionaris.
  • 2.
    Bij het uitoefenen van het ondermandaat door de afdelingshoofden nemen de afdelingshoofden de door

het concernhoofd gegeven instructies in acht. Indien er een verplichting is om vóór het nemen van een

beslissing een adviescommissie om advies te vragen, dan geldt het ondermandaat slechts voor zover

conform dat advies besloten wordt.

3.Bij gerede twijfel of een bepaalde aangelegenheid valt onder het verleende ondermandaat, richt het

afdelingshoofd zich tot het concernhoofd. Het concernhoofd neemt met betrekking tot die bevoegdheid

een beslissing over de vraag of het verleende ondermandaat al dan niet op die bevoegdheid ziet.

Artikel 9 De bedrijfsleiders

1.De directeur WVS-bedrijven verleent aan de bedrijfsleiders ondermandaat tot het nemen van de hierna

genoemde (beheers)beslissingen:

  • a.
    het aangaan van verplichtingen aan de hand van het overzicht “financiële bevoegdheden" (zie
    bijlage) voor zover de verplichtingen passen binnen de kaders van het vastgestelde budget van de
    bedrijfsleider;
  • b.
    het nemen van beslissingen in individuele personele aangelegenheden, zoals genoemd in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO), alsmede in de Wsw, de CAO voor de sociale werkvoorziening en de bij WVS-groep van toepassing zijnde rechtspositieregelingen en concernregelingen, voor zover die beslissingen betrekking hebben op de onder de bedrijfsleider werkzame medewerkers; voor zover het hier bedoelde ondermandaat betrekking heeft op medewerkers die direct aan de bedrijfsleider rapporteren, dient de directeur WVS-bedrijven vooraf te worden geconsulteerd (grootvaders principe); het ondermandaat is niet van toepassing in de gevallen zoals genoemd in artikel 7, 5een 6e lid van dit Mandaatstatuut, alsmede in geval van het beslissen omtrent de toekenning van bijzonder verlof ;
  • c.
    het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van de onder de bedrijfsleider
    werkzame medewerkers;
  • d.
    alle overige beslissingen welke betrekking hebben op de dagelijkse gang van zaken binnen het

bedrijf waarvoor de bedrijfsleider verantwoordelijk is en waarvan de bevoegdheid niet middels

ondermandaat is toegekend aan een andere functionaris.

  • 2.
    Bij het uitoefenen van het ondermandaat door de bedrijfsleiders nemen de bedrijfsleiders de door de directeur WVS-bedrijven gegeven instructies in acht. Indien er een verplichting is om vóór het nemen van een beslissing een adviescommissie om advies te vragen, dan geldt het ondermandaat slechts voor zover conform dat advies besloten wordt.
  • 3.
    Bij gerede twijfel of een bepaalde aangelegenheid valt onder het verleende ondermandaat, richt de bedrijfsleider zich tot de directeur WVS-bedrijven. De directeur WVS-bedrijven neemt met betrekking tot die bevoegdheid een beslissing over de vraag of het verleende ondermandaat al dan niet op die bevoegdheid ziet.

Artikel 10 Het hoofd Detachering

1.De directeur WVS-bedrijven verleent aan het

hoofd Detachering ondermandaat tot het nemen van de hierna genoemde (beheers)beslissingen:

a. het aangaan van verplichtingen aan de hand van het overzicht financiële bevoegdheden” (zie

bijlage) voor zover de verplichtingen passen binnen de kaders van het vastgestelde budget van het

hoofd Detachering;

  • b.
    het nemen van beslissingen in individuele personele aangelegenheden, zoals genoemd in de
    Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst (CAR-UWO),
    alsmede in de Wsw, de CAO voor de sociale werkvoorziening en de bij WVS-groep van
    toepassing zijnde rechtspositieregelingen en concernregelingen, voor zover die beslissingen
    betrekking hebben op de onder de verantwoordelijkheid van het hoofd Detachering
    werkzame medewerkers; het ondermandaat is niet van toepassing in de gevallen zoals genoemd in
    artikel 7, 5een 6e lid van het Mandaatstatuut, alsmede in geval van het beslissen omtrent de
    toekenning van bijzonder verlof;
    c. het accorderen (opdracht geven tot uitbetalen) van declaraties van de onder het hoofd
    Detachering werkzame medewerkers;
    d. alle overige beslissingen welke betrekking hebben op de dagelijkse gang van zaken binnen de
    afdeling waarvoor het hoofd Detachering verantwoordelijk is en waarvan de bevoegdheid
    niet middels ondermandaat is toegekend aan een andere functionaris.
    • 2.
      De directeur WVS-bedrijven verleent aan het hoofd Detachering onder-

mandaat tot het sluiten van detacheringsovereenkomsten met inleners, alsmede tot het verstrekken van

loonkostensubsidies, vergoedingen aan begeleidingsorganisaties en diverse andere vergoedingen in het

kader van begeleid werken. De toekenning van een PGB in het kader van begeleid werken is voorbe-

houden aan de algemeen directeur (zie art. 5, lid 1 onder l van het Mandaatstatuut).

3.De onder 1. genoemde bevoegdheden van het hoofd Detachering zijn van overeenkomstige toepassing

op de (individueel) gedetacheerde Wsw-werknemers.

4.Bij het uitoefenen van het ondermandaat door het hoofd Detachering neemt het hoofd Detachering de

door de directeur WVS-bedrijven gegeven instructies in acht. Indien er een verplichting is om vóór het

nemen van een beslissing een adviescommissie om advies te vragen, dan geldt het ondermandaat

slechts voor zover conform dat advies besloten wordt.

4.Bij gerede twijfel of een bepaalde aangelegenheid valt onder het verleende ondermandaat, richt het

hoofd Detachering zich tot de directeur WVS-bedrijven. De directeur WVS-bedrijven neemt met

betrekking tot die bevoegdheid een beslissing over de vraag of het verleende ondermandaat al dan niet

op die bevoegdheid ziet.

Artikel 11 Leidinggevenden

1.

Het dagelijks bestuur mandateert aan de leidinggevenden de bevoegdheid tot het voeren en registreren

van een beoordelings- / POP-gesprek met de hiërarchisch ondergeschikten.

2.

Bij de uitoefening van dit mandaat nemen de leidinggevenden de door het dagelijks bestuur en de

algemeen directeur gegeven instructies in acht.

Artikel 12 Financiële bevoegdheden en kaders / ondermandateringen

Aan dit statuut is het overzicht ‘Financiële bevoegdheden per 01-07-2011’ en ‘(Onder)mandatering WVS-groep per 01-07-2011’ toegevoegd (met een toelichting) waarin aan de daarop vermelde functionarissen (onder)mandaat wordt verleend tot het aangaan van (financiële) verplichtingen die gelegen zijn binnen de in de overzichten genoemde grensbedragen. Bij het uitoefenen van deze (onder)mandaten nemen de op de overzichten genoemde functionarissen de richtlijnen in de toelichtingen in acht, alsmede de door de (onder)mandaatgevers gegeven aanvullende instructies. Indien er een verplichting is om vóór het nemen van een beslissing een adviescommissie om advies te vragen, dan geldt het (onder)mandaat slechts voor zover conform dat advies besloten wordt.

Artikel 13 Ondertekening

1.Ingeval van uitoefening van het mandaat van het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur worden (uitgaande) stukken als volgt ondertekend:

1. "namens het algemeen bestuur,

1. het dagelijks bestuur,"

gevolgd door de functieaanduidingen (secretaris en voorzitter), handtekeningen en de namen van de mandataris.

2.Ingeval van uitoefening van het mandaat namens het dagelijks bestuur worden (uitgaande) stukken als volgt ondertekend:

2. " namens het bestuur,"

gevolgd door de handtekening, de naam en de functieaanduiding van de mandataris.

3.In geval van uitoefening van het ondermandaat namens de algemeen directeur en de overige mandaatgevers worden (uitgaande) stukken als volgt ondertekend:

3. "namens het bestuur,"

gevolgd door de handtekening, de naam van de ondermandataris en de functieaanduiding van de

ondermandataris.

Artikel 14 Waarneming

In geval van afwezigheid van functionarissen, aan wie bij of krachtens dit statuut (incl. de bijgevoegde overzichten “financiële bevoegdheden” en “ondermandateringen”) bevoegdheden zijn toegekend, worden deze bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervanger, eventueel onder nader door de (onder)mandaatgever te stellen voorwaarden.

Artikel 15 In werkingtreding

Dit statuut treedt in werking met ingang van 1 juli 2015 en kan worden aangehaald als

"Mandaatstatuut".

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur, gehouden op 6 juli 2015,

De secretaris, De voorzitter,

P.F.J.M. Havermans A.P.M.A. Schouw

Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur, gehouden op 15 juni 2015,

De secretaris, De voorzitter,

P.F.J.M. Havermans A.P.M.A. Schouw

Aldus vastgesteld door de voorzitter op 15 juni 2015,

A.P.M.A. Schouw

Aldus vastgesteld door de algemeen directeur op 23 juni 2015,

J.H.G. Koopman.

Aldus vastgesteld door de directeur WVS-bedrijven op 23 juni 2015,

C.H.J.N.M. van de Ven MSc,

directeur WVS-bedrijven

Aldus vastgesteld door de concernhoofden op 23 juni 2015,

W.C.C.J. Faijaars,

concernhoofd F&A

drs. H. de Kovel-Gorter,

concernhoofd P&O

P.F.J.M. Havermans,

ambtelijk secretaris / concernhoofd Bestuurssecretariaat.