Officiele publicatie

Beleidsregels Bibob 2014

De burgemeester

en

het college van burgemeester en wethouders

van de gemeente Steenbergen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

Overwegende, dat de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;

Gelet op het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbepalingen door het openbaar bestuur, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 3, 27, 30a en 31 van de Drank- en Horecawet, artikel 30b van de Wet op de kansspelen, de artikelen 2.1 en 2.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het bepaalde in de Algemene plaatselijke verordening 2013;

Besluiten vast te stellen de

 Beleidsregels  voor de toepassing van de Wet Bevordering  integriteitsbeoordelingen  door het openbaar bestuur 2013. 

Paragraaf 1: Algemeen.

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

1.

De definities in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidslijn, tenzij daarover in lid 2 anders is bepaald.

2.

In deze beleidslijn wordt verstaan onder:

  • a.
    rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Steenbergen
  • b.
    bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders alsmede degenen aan wie zij een mandaat hebben verleend tot besluitvorming bij beschikkingen van de gemeente Steenbergen;
  • c.
    overheidsopdracht: een opdracht als beschreven in artikel 1 van de wet en waarop de wet kan worden toegepast;
  • d.
    betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de subsidieontvanger, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een overheidsopdracht is of zal worden gegund, de onderaannemer;
  • e.
    eigen onderzoek: de wijze van behandelen van een aanvraag waarbij met toepassing van de wet door het bestuursorgaan wordt beoordeeld of er redenen aanwezig zijn om de aanvraag te weigeren, respectievelijk de beschikking in te trekken of te beëindigen, daaraan voorschriften te verbinden dan wel een advies bij het Bureau aan te vragen.
  • f.
    Het bureau als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Wet Bibob.

Paragraaf 2: Publiekrechtelijke beschikkingen.

Artikel 2.1 Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen.

De toepassing van de wet zal door het bestuursorgaan op de hieronder aangeduide beschikkingen op de volgende wijze plaatsvinden:

  • 1.
    Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in:
    • a.
      artikel 3 Drank&Horecawet;
      Paracommerciële horeca-inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank&Horecawet (zoals dorpshuis, buurthuis, clubhuis of kantine van een sportvereniging) waarvan de horeca in eigen beheer is en niet is verpacht, vallen in beginsel niet onder dit Bibob-beleid
    • b.
      artikel 2.40c van de Algemene plaatselijke verordening 2013 zoals bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen (kansspelautomaten)
    • c.
      artikel 2;39 van de Algemene plaatselijke verordening 2013 zoals bedoeld in artikel 30c van de Wet op de kansspelen (speelautomatenhal)
    • d.
      artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening 2013;
    • e.
      artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening 2013
  • 2.
    Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij onderstaande aanvragen voor een beschikking in beginsel plaats als zij vallen onder de daartoe aangewezen branche en/ of gebied en de daarbij geldende risico-indicatoren:
  • a.
    De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht. De toepassing blijft beperkt tot de aanvragen met een bouwsom hoger dan € 500.000,- of aanvragen die vallen onder specifieke risicocategorieën en/ of risicogebieden dan wel waarbij sprake is van cumulatie van aanvragen.(zie bijlage 1 bij deze beleidslijn)
    De Bibob-toets zal niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:
  • Overheidsinstanties;
  • Semi-overheidsinstanties;
  • Toegelaten woning(bouw)corporaties; (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning).
  • Door het College van B&W bij (specifiek) besluit aangewezen aanvragers (b.v. PPS constructies van particuliere ondernemingen en overheid)
  • b.
    De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder e van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht. voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet, De toepassing blijft beperkt tot de inrichtingen die behoren tot de risicocategorie afval en vuurwerk en wordt in beginsel alleen uitgevoerd als:
  • vanuit eigen informatie en/of
  • vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of
  • vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van
  • de wet, er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.

De Bibob-toets zal niet worden toegepast, ingeval de aanvraag afkomstig is van:

  • Overheidsinstanties;
  • Semi-overheidsinstanties
  • c.
    De aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald, dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 Wet Bibob kan worden geweigerd

De Bibob-toets wordt in beginsel alleen uitgevoerd als bij de aanvraag:

  • vanuit eigen informatie en/of
  • vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of
  • vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van
  • de wet, er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.
  • d.
    De aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening; De toepassing van de Bibob-toets zal daarbij beperkt blijven tot de bij afzonderlijk besluit van de Burgemeester aangewezen evenementenvergunningen.
  • 3.
    Uitvoering van de Bibob-toets vindt bij onderstaande aanvragen voor een beschikking in beginsel plaats, als er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, die een aanleiding vormen om te vermoeden dat de beschikking zal worden gebruikt als bedoeld in artikel 3 van de wet:
  • a.
    De aanvraag als bedoeld in artikel 30a Drank&Horecawet;
  • b.
    De aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en horecawet, in het geval het een horecabedrijf betreft, als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en horecawet;

Artikel 2.1a Toepassing in bijzondere situaties bij aanvragen voor een beschikking genoemd in artikel 1.

Naast de in artikel 2.1 lid 1 aangeduide gevallen, zal het bestuursorgaan bij een aanvraag voor de in artikel 2.1 lid 2 genoemde beschikkingen ook overgaan tot een Bibob-toets, als:

  • vanuit eigen informatie en/of
  • vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of
  • vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de wet, er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat bij de aanvraag sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.

Bovendien zal een Bibob-toets plaatsvinden als bij navraag door het bestuursorgaan bij het Bureau blijkt, dat tegen de aanvrager van een beschikking, in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Landelijk Bureau Bibob.

Artikel 2.2 Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen

Het bestuursorgaan kande wet in beginsel toepassen met betrekking tot reeds verleende beschikkingen indien:

  • 1.
    de verstrekte beschikking betrekking heeft op een locatie, die gelegen is in een concreet bepaald gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van het bestuursorgaan na de verstrekking van de beschikking, is aangewezen als risicogebied;
  • 2.
    de verstrekte beschikking onderdeel uitmaakt van een branche of onderdeel in deze branche, die op basis van een door het bestuursorgaan genomen besluit na de verstrekking van de beschikking is aangewezen voor een generieke Bibob-toets;
  • 3.
    vanuit eigen informatie dan wel vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC, er aanwijzingen zijn dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet;
  • 4.
    informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet Bibob verkregen, vanuit het OM, direct of als reactie op een door haar ontvangen signaal van het Bureau, die duidt op een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet;
  • 5.
    bekend wordt, dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een ernstige mate van gevaar is geconstateerd en aan betrokkene alhier een soortgelijke beschikking is verstrekt. In geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder al een soortgelijke beschikking is verleend, zal het bestuur het RIEC om coördinatie in de Bibob-toets verzoeken.

Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren volledig ingevuld te retourneren, zullen allereerst de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht toegepast worden. Bij volharding zal de weigering worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar als genoemd in artikel 4 jo 3 van de Wet Bibob. De verstrekte vergunning zal als gevolg daarvan worden ingetrokken.

Paragraaf 3: Privaatrechtelijke transacties

Artikel 3.1 Toepassingsbereik bij aanbestedingen

De rechtspersoon met een overheidstaak zal het Bibob-onderzoek ten aanzien van een gegadigde of onderaannemer in de zin van de wet, in beginsel alleen uitvoeren bij overheidsopdrachten, die vallen binnen de sectoren milieu, informatie-communicatie-technologie (ICT) of bouw en die, conform de geldende richtlijnen van de gemeente Steenbergen, voor aanbesteden van werken respectievelijk van diensten en leveringen, gedateerd 2 juni 2009 openbaar moeten worden aanbesteed.

Het vastgestelde normbedrag voor openbare aanbesteding bij werken is in deze gemeente gesteld op € 1.500.000,--; bij de aanbesteding voor diensten en leveringen bedraagt dit drempelbedrag € 206.000,-.

Een besluit tot uitvoering van een Bibob-onderzoek zal daarnaast ook plaatsvinden indien:

  • 1.
    op basis van eigen ambtelijke informatie en/of
  • 2.
    informatie verkregen van het Bureau en/of
  • 3.
    informatie verkregen vanuit het OM conform artikel 26 van de wet(OM-tip) en/of
  • 4.
    informatie verkregen vanuit een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC er duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat er sprake is van een ernstig risico als bedoeld in artikel 3 van de wet.

Paragraaf 4: Uitvoering

Artikel 4.1 Eigen onderzoek

  • 1.
    In de in deze beleidslijn bepaalde gevallen, zal betrokkene, naast de gebruikelijke aanvraagformulieren, de Bibob-vragenformulieren dienen in te vullen en inleveren bij het bestuursorgaan. De BIBOB-vragenformulieren zijn bij Ministeriele Regeling van 24 juni 2013 vastgesteld; de uiterste datum van invoering is bepaald op 1 november 2013.
  • 2.
    In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking, maken de Bibob-vragenformulieren en alle daarin gevraagde (kopieën van) documenten onderdeel uit van de aanvraag.
  • 3.
    Alvorens het eigen onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet wordt gestart, zal een aanvraag eerst beoordeeld worden conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de reguliere weigeringsgronden vanuit de onderliggende regelgeving van de desbetreffende vergunning.
  • 4.
    Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een 'ernstig gevaar' als bedoeld in de Wet Bibob, kan het de vergunning weigeren of intrekken.
  • 5.
    Indien betrokkene(n) weigeren de vereiste aanvraagformulieren in te vullen kan dit grond zijn om de betreffende aanvraag buiten behandeling te laten of de beschikking te weigeren.

Advies van het landelijk bureau

Aanvullend op de controle en analyse van de (extra) verstrekte informatie als hiervoor genoemd, kan ook nog een advies bij het Bureau worden gevraagd indien:

  • a.
    na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van de betreffende activiteiten en/of onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd,
  • b.
    na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en),
  • c.
    na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten,

de officier van justitie de gemeente de tip geeft om in een bepaalde zaak een bibob-advies aan te vragen. Bij de uitvoering van het eigen onderzoek kan ondersteuning gevraagd worden aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Dit kan vanaf de start van de aanvraag tot en met de uiteindelijke beslissing op de aanvraag.

Artikel 4.2 Informatieplicht

1.

Het bestuursorgaan informeert betrokkene schriftelijk over een adviesaanvraag aan het Bureau. Betrokkene wordt daarbij gewezen op de opschorting van de beslistermijn als bedoeld in artikel 4.3.. Een afschrift van deze brief wordt gevoegd bij het adviesverzoek aan het Bureau.

2.

In geval een van het Bureau ontvangen adviesverzoek leidt tot het voornemen om een gevraagde beschikking te weigeren dan wel een eerder verleende beschikking in te trekken, wordt aan betrokkene een kopie van het adviesrapport ter hand gesteld. Betrokkene wordt daarbij door het bestuursorgaan gewezen op zijn geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 28 van de wet.

Artikel 4.3 Adviestermijn

1.

Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt op grond van artikel 31 van de wet, de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies bij het Bureau is aangevraagd en eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de termijn, zoals genoemd in artikel 15 lid 1 van de wet.

2.

Indien het Bureau het advies niet binnen de in lid 1 gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel 15, derde lid van de wet, de termijn te verlengen. Deze verlenging bedraagt niet meer dan de termijn, genoemd in artikel 15 lid 3 van de wet.

3.

Het Bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een verlenging als bedoeld in het vorige lid.

4.

De verlenging van de adviestermijn van het Bureau, alsmede eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau in gevallen als bedoeld in artikel 15 lid 2 van de wet, leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.

Artikel 4.4 Beschikking

1.Het bestuursorgaan / de rechtspersoon met een overheidstaak gaat over tot een negatief besluit op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie, indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau blijkt, dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet.

Daarbij zal in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2013.

  • 2.
    Indien het bestuursorgaan voornemens is negatief te beschikken op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht op grond van de wet, of het aangaan van een vastgoedtransactie wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijze in te brengen.
  • 3.
    Het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak, die een advies van het Bureau als bedoeld in de wet ontvangt, kan dit advies gedurende twee jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.

Paragraaf 5: Invoering

Artikel 5.1 Invoeringsdatum

Deze beleidsregels treden in werking de dag nadat zij zijn bekendgemaakt.

Artikel 5.2wijzigende wetgeving

1.

Na inwerkingtreding van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, zal artikel 3 lid 1 a onder II voor wat betreft de vergunning als bedoeld in artikel3:4 van de Algemene plaatselijke verordening (exploitatievergunning seksinrichting) worden vervangen door artikel 9 van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, maar pas nadat de wet artikel 9 heeft aangewezen als beschikking als bedoeld in artikel 1 van de wet.

2.

Na wijziging van artikel 30e en 30f van de Wet op de Kansspelen zal een vergunning als bedoeld in artikel 30b lid 1 van de Wet op de Kansspelen eveneens onderdeel uitmakenvan de beleidsregel, voor wat betreft het exploiteren van een inrichting die is bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de kansspelen, maar pas nadat de wet artikel 30b lid 1 als beschikking heeft aangewezen alsbedoeld in artikel 1 van de wet Bibob.

Artikel 5.3 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels Bibob 2014’

Aldus vastgesteld op 25 februari 2014 door de burgemeester en

door het college van burgemeester en wethouders, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft

De locosecretaris, De burgemeester,

R.A.J.M. Bogers J.A.M. Vos

Bijlage 1: toepassingcriteria geldend voor de uitvoering van de bibobtoetsing bij de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit).

Uitgaande van het doel van de Wet Bibob, het waarborgen van de integriteit van het bestuursorgaan en het voorkomen van ongewild faciliteren van criminele activiteiten en daarmee het tegenhouden van vergunningen waarbij een bepaalde mate van criminele beïnvloeding te verwachten valt, zal de uitvoering van de bibobtoetsing plaatsvinden bij aanvragen, die vallen onder 1 van de hierna genoemde gevallen:

A. Bouwsom

in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit, waarbij sprake is van een bouwsom van meer dan € 500.000,- (exclusief btw). De bouwsom wordt door de gemeente berekend.

B. Risicocategorieën

indien de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw) en waarbij sprake is van een of meerdere onderstaande risicocategorieën:

Risicocategorieën

  • Inrichtingen waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet:
    • logies wordt verstrekt (waaronder hotels, kamerverhuurbedrijven, pensions),
    • dranken worden geschonken (waaronder horecabedrijven), of
    • rookwaren of spijzen (waaronder coffeeshops)
    • voor directe consumptie worden verstrekt;
  • Voor het publiek toegankelijke, besloten ruimten waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen worden verricht, seksuele diensten worden aangeboden of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden (waaronder prostitutiebedrijven, darkrooms, seksbioscopen, sekswinkels, erotische massagesalons);
  • Een natuurlijke persoon, een groep van natuurlijke personen of een rechtspersoon die bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet seksuele handelingen verricht of seksuele diensten aanbiedt in een andere ruimte dan de bedrijfsruimte (waaronder escortbedrijven);
  • Inrichtingen die in het maatschappelijk verkeer worden aangeduid als
    smartshops, headshops of growshops;
  • Inrichtingen die zijn bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de kansspelen (waaronder speelautomatenhallen en gamecenters);
  • Afvalbewerkings- en verwerkingsbedrijven;
  • Wisselkantoren;
  • Kapsalons;
  • Cadeauwinkels;
  • Belwinkels;
  • Internetcafé's;
  • Niet-geregistreerde uitzendbureaus;
  • Transportondernemingen;
  • Autohandel (verkoop en verhuur);
  • Sloopbedrijven;
  • Sportscholen;
  • Beauty-, welness- en saunabedrijven;
  • Im- en exportbedrijven (handelsondernemingen; schoenen, kleren, onderdelen);
  • Vastgoedbedrijven;
  • Vrijplaatsen (locaties waar en/of groepen waartegen een effectief overheidsoptreden wordt belemmerd, leidend tot een maatschappelijk ongewenste situatie, waarbij aanwijzingen bestaan voor het aanwezig zijn van strafbare gedragingen waaronder (fiscale) fraude en waarbij we spreken over handhavingsknelpunten. De belemmering betreft soms een bestaande of vermeende dreiging, soms een sociaal-culturele hindernis);
  • Vuurwerkbranche.

NB.: Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. Deze risicocategorieën kunnen, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het college van burgemeester en wethouders worden aangepast.

C. Bijzondere gevallen

vanaf de 4e aanvraag op jaarbasis van dezelfde aanvrager en/of betrokkene met een bouwsom van meer dan € 50.000,- en minder dan € 500.000,-. In geval reeds aanvang is genomen met de realisatie van een vergunningplichtig bouwwerk, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning is aangevraagd en de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw).

D. Risicogebied

indien de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw) en de aanvraag een locatie betreft die gelegen is in een door het College van B&W aangewezen risicogebied.