Officiele publicatie

Bekendmaking Subsidieregeling Welzijn gemeente Steenbergen

Burgemeester en wethouders van Steenbergen:

Overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van welzijn;

Overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die specifieke doelgroepen helpen hun positie en zelfredzaamheid binnen de gemeente Steenbergen te verbeteren en te versterken;

Overwegende dat de gemeente Steenbergen een Algemene subsidieverordening heeft opgesteld en het daarnaast noodzakelijk is nadere regels vast te stellen waarin is aangegeven welke activiteiten worden gesubsidieerd en de nadere voorwaarden vast te stellen waaronder subsidies worden verstrekt;

Gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Steenbergen 2015 en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten: vast te stellen de Subsidieregeling welzijn gemeente Steenbergen.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.
    activiteitenverslag: een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en waarin per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen wordt vermeld;
  • b.
    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Steenbergen 2015;
  • c.
    begroting: een schriftelijk overzicht van alle voor het kalenderjaar geraamde kosten en uitgaven van een rechtspersoon, voor zover deze betrekking hebben op de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Het vermeldt tevens een globale vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het voorgaande boekjaar;
  • d.
    dekkingsplan: een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteit, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
  • e.
    dorps- of stadsraad: een organisatie van bewoners die de belangen van hun dorp of stad behartigen, de vertegenwoordigers van de bevolking;
  • f.
    gemeenschapsaccommodatie: een accommodatie die het gemeentelijke beleid op het gebied van maatschappelijke ondersteuning dan wel het welzijns- en zorgbeleid ondersteund;
  • g.
    inclusieve samenleving: een samenleving waarin iedereen op gelijkwaardige manier, ongeacht culturele achtergrond, geslacht, leeftijd, talenten en/of beperkingen, kan deelnemen;
  • h.
    inwoner: een persoon wonende in de gemeente Steenbergen;
  • i.
    kwetsbare burgers: mensen met een beperking of probleem van lichamelijke, verstandelijke, chronische, psychische en/of psychosociale aard, wat ingrijpende gevolgen heeft voor hun zelfstandigheid en participatiemogelijkheden in de samenleving;
  • j.
    sociale infrastructuur: het geheel van werkzame organisaties die zich bezighouden met werksoorten als welzijn jeugd, ouderen en gehandicapten, kinderopvang, maatschappelijke dienstverlening en -opvang, sociale pensions, verslavingsbeleid, sociaal-cultureel werk, emancipatie, sport, en opvang en integratie van vreemdelingen. Specifiek voor de gemeente Steenbergen ook kunst, cultuur- en mediabeleid en wijkgerichte activiteiten gericht op de sociale kwaliteit en het leefbaarheids- en veiligheidsgevoel van inwoners;
  • k.
    Steenbergs belang: een activiteit moet specifiek beschikbaar zijn voor en gericht zijn op inwoners van de gemeente Steenbergen. Een subsidieaanvraag dient een aantoonbare bijdrage te leveren aan de door de raad vastgestelde beleidsdoelen;
  • l.
    volkscultuur: activiteiten samenhangend met carnaval, sinterklaas, koningsdag en dodenherdenking en 5 vieringen
  • l.
    welzijnsplan: een jaarlijks collegebesluit, waarin een overzicht van de te subsidiëren activiteiten en de subsidiebedragen is opgenomen;
  • m.
    werkplan: een op schrift gesteld besluit van het bestuur van een rechtspersoon die subsidie ontvangt, waarin voor de periode van een jaar een beschrijving en motivering wordt gegeven van de aard en omvang van de (subsidiabele) activiteiten van een aanvrager in relatie tot de gestelde doelen en waarin wordt aangegeven met welke middelen de beoogde doeleinden worden bereikt. Een overzicht vermeldt tevens per activiteit de daarvoor benodigde kosten (personele- en materiële middelen);
  • n.
    zelfredzaamheid: het vermogen om dagelijkse algemene levensverrichtingen zelfstandig te kunnen doen en het vermogen om sociaal te kunnen functioneren.

Artikel 2. Toepassingsbereik

  • 1.
    Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.
  • 2.
    In afwijking van het bepaalde in artikel 1 van de ASV kan:
    • a.
      een aanvraag om subsidie uitsluitend door een vereniging en/of stichting met volledige rechtsbevoegdheid worden ingediend;
    • b.
      uitsluitend aan een vereniging en/of stichting met volledige rechtsbevoegdheid subsidie in het kader van deze regeling worden verleend.
  • 3.
    In afwijking van artikel 7, lid 3 van de ASV wordt onder een rechtspersoon alleen verstaan een stichting en een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid.

Artikel 3. Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor een activiteit die bijdraagt aan de hieronder genoemde beleidsdoelen:

  • a.
    de zorg voor kwetsbare burgers;
  • b.
    het bieden van ontwikkelingskansen voor jeugd en jongeren;
  • c.
    het handhaven en/of versterken van de sociale infrastructuur;
  • d.
    het bevorderen van sport en bewegen voor alle inwoners;
  • e.
    het bevorderen van de gezondheid en leefstijl.

Artikel 4. Doelgroep

  • 1.
    Subsidie wordt verstrekt aan een activiteit gericht op:
    • a.
      jeugd en jongeren (van 4 tot 18 jaar);
    • b.
      kwetsbare burgers.
  • 2.
    Een subsidie moet het mogelijk maken dat de doelgroepen als bedoeld in het vorige lid:
    • a.
      hun positie verbeteren, zodat zij (beter) kunnen deelnemen aan de samenleving (zelfredzaamheid);
    • b.
      versterkt worden om hun zelfstandigheid, onafhankelijkheid, sociale participatie en integratie te bereiken.
  • 3.
    In afwijking van voorgaande leden kan een subsidie worden verstrekt aan een activiteit die toegankelijk is voor alle inwoners, en in ieder geval voor:
    • a.
      een carnavalsoptocht;
    • b.
      een activiteit in het kader van Koningsdag en/of 4-5 mei of herdenking gerelateerd aan de Tweede Wereldoorlog;
    • c.
      een Sinterklaasintocht.
  • 4.
    In afwijking van het eerste en tweede lid kan subsidie worden verstrekt aan een rechtspersoon die de belangen behartigen van inwoners binnen de gemeente Steenbergen, en in ieder geval voor:
    • a.
      een dorps- of stadsraad;
    • b.
      een EHBO-vereniging.

Artikel 5. Subsidievormen

  • 1.
    Overeenkomstig artikel 11, tweede lid, van de ASV, kunnen subsidievormen vastgesteld worden.
  • 2.
    Het verstrekken van eenmalige subsidies, als bedoeld in artikel 6, tweede lid onder a, van de ASV, geschiedt in ieder geval in de vorm van een:
    • a.
      activiteitensubsidie: een subsidie om activiteiten van eenmalige, incidentele aard uit te voeren gericht op de leden van de vereniging / organisatie;
    • b.
      activiteitensubsidie gericht op het versterken van de positie voor kwetsbare burgers waarbij de vereniging zich richt op een specifieke doelgroep of activiteiten organiseert voor iedereen toegankelijk zijn (voor zowel leden als niet-leden) en waarbij wordt voldaan aan artikel 8, lid 1;
    • c.
      startsubsidie: een eenmalige subsidie als tegemoetkoming in de oprichtingskosten van een rechtspersoon;
    • d.
      jubileumsubsidie: een subsidie die aan een niet-commerciële rechtspersoon wordt toegekend wegens het bereiken van een mijlpaal in het bestaan van de rechtspersoon en haar directe voorgangers.
  • 3.
    Het verstrekken van structurele subsidies, als bedoeld in artikel 6, tweede lid onder b, van de ASV, geschiedt in ieder geval in de vorm van een:
    • a.
      activiteitensubsidie: een subsidie die gericht is op het realiseren van binnen het gemeentelijke beleid passende activiteiten die jaarlijks terugkeren;
    • b.
      basissubsidie: een subsidie voor verenigingen en organisaties die activiteiten organiseren die bijdragen aan het versterken van de sociale samenhang in de maatschappij, waarbij het college geen invloed wil uitoefenen op de georganiseerde activiteiten;
    • d.
      budgetsubsidie: een subsidie die gericht is op het realiseren van binnen het gemeentelijke beleid passende activiteiten, waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de daarmee samenhangende resultaten en effecten en de wijze waarin wordt voldaan aan de voorwaarden betreffende de doelmatigheid en doeltreffendheid.

Artikel 6. Wijze van verdeling

  • 1.
    De uitvoering, ingevolge artikel 5, tweede lid, van de ASV, wordt gedelegeerd aan het college, welke wordt vastgesteld in een jaarlijks welzijnsplan.
  • 2.
    Voor eenmalige subsidies, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, geldt dat de honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie in volgorde van indiening bij het college geschiedt, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.
  • 3.
    Voor structurele subsidies, als bedoeld in artikel 5, derde lid, geldt dat aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie worden beoordeeld na het aflopen van de termijn als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de ASV.
  • 4.
    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 7. Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd wanneer:

  • a.
    er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat een activiteit niet of niet geheel zal plaatsvinden;
  • b.
    een aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
  • c.
    er niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording wordt afgelegd omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van een subsidie van belang zijn;
  • d.
    de organisatorische en/of financiële continuïteit van een aanvrager en/of een activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd onvoldoende is gewaarborgd;
  • e.
    het een activiteit betreft met een commercieel karakter of waarbij sprake is van winstoogmerk;
  • f.
    een subsidieontvanger geen eigen middelen inbrengt.

Artikel 8. Verplichtingen

  • 1.
    Het college kan een verplichting opleggen dat een aanvraag moet passen binnen de uitgangspunten van de inclusieve samenleving. Dit betekent dat de aanvraag zich niet specifiek richt op één activiteit of één doelgroep, maar een activiteit wordt opengesteld voor alle inwoners. Daarbij kunnen eisen gesteld worden ten aanzien van de bevordering van de toegankelijkheid van een activiteit voor mensen met een beperking.
  • 2.
    Indien een subsidieontvanger voor dezelfde of vergelijkbare activiteiten tevens subsidie heeft aangevraagd bij één of meer andere bestuursorganen of private organisaties of personen, dan moet zij daarvan mededeling doen bij de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling daarvan.
  • 3.
    Indien de voortgang van de uitvoering van activiteiten of de prestaties niet corresponderen met de planning in een aanvraag of bijbehorende begroting, dan brengt een subsidieontvanger het college daarvan onverwijld op de hoogte. Tevens wordt door een subsidieontvanger aangegeven op welke wijze, binnen welk tijdsbestek en met welke financiële consequenties de realisatie van het werkplan alsnog zal worden bereikt.
  • 4.
    Het college kan in een verleningsbeschikking een subsidieontvanger verplichten tussentijds verslag uit te brengen over de voortgang van een activiteit dan wel de realisatie van prestaties.
  • 5.
    Het college kan de boekhouding opvragen bij een subsidieontvanger.
  • 6.
    Een subsidieontvanger stelt het college onverwijld op de hoogte van:
    • a.
      haar faillissement of het voornemen tot het doen van aangifte daarvan, of haar surseance van betaling of het aanvragen daarvan;
    • b.
      wijzigingen van de statuten en de bestuurssamenstelling.

Artikel 9. Uitbetaling

  • 1.
    Een subsidie wordt uitbetaald in:
    • a.
      één keer eind januari/begin februari bij een bedrag tot € 1.500;
    • b.
      twee termijnen bij een bedrag van € 1.501 tot € 2.999;
    • c.
      vier termijnen bij een bedrag van € 3.000 tot € 4.999;
    • d.
      twaalf maandelijkse termijnen bij een bedrag van € 5.000 en hoger.
  • 2.
    Een subsidie bestemd voor een activiteit gericht op volkscultuur wordt, in afwijking van het vorige lid, in één keer uitbetaald, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag.
  • 3.
    Een eenmalige activiteitensubsidie wordt, in afwijking van het eerste lid, uitbetaald in twee delen:
    • a.
      80% als voorschot, voorafgaand aan de activiteit of het project;
    • b.
      20% nadat de eindafrekening is ingediend en goedgekeurd.

Hoofdstuk 2. Eenmalige activiteitensubsidie

Artikel 10. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.
    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3 en die de normale kosten van een activiteit van een aanvrager te boven gaan.
  • 2.
    Niet voor subsidie in aanmerking komen:
    • a.
      reis- en verblijfkosten;
    • b.
      cateringkosten;
    • c.
      kosten voor uitgeloofde prijzen en/of de kosten die niet in de oorspronkelijke aanvraag zijn genoemd of begroot.

Artikel 11. Hoogte van de subsidie

  • 1.
    Het toegekende subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van het door de aanvrager ingediende plan en begroting.
  • 2.
    Een subsidie bedraagt maximaal de hoogte van het exploitatietekort.
  • 3.
    De aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie van € 150, indien een activiteit wordt georganiseerd waaraan kwetsbare burgers zullen deelnemen.

Artikel 12. Aanvraag

  • 1.
    Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met:
    • a.
      een activiteitenverslag;
    • b.
      een begroting en werkplan.
  • 2.
    Het college kan een dekkingsplan vragen bij een aanvraag boven een bepaald subsidiebedrag.
  • 3.
    Een aanvraag om een subsidie kan, in afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV, gedurende het gehele jaar worden ingediend, zolang het subsidieplafond nog niet is bereikt, maar ten minste twaalf weken voor aanvang van een activiteit.
  • 4.
    Een aanvraag om een subsidie kan, in afwijking van artikel 8, derde lid van de ASV gedurende het gehele jaar worden ingediend, zolang het subsidieplafond nog niet is bereikt, maar ten minste 6 weken voor aanvang van een activiteit die specifiek gericht is op ontmoeting en samenbrengen van kwetsbare inwoners.

Artikel 13. Verantwoording

Een aanvrager dient de besteding van de subsidie, in afwijking van artikel 16, tweede lid, van de ASV, binnen acht weken na afloop van de activiteit te verantwoorden door het indienen van een eindafrekening en een verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, indien een activiteit een looptijd heeft van minder dan een (subsidie)jaar.

Hoofdstuk 3. Startsubsidie

Artikel 14. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen die kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de oprichting van een rechtspersoon, die een van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 ten doel heeft, te weten:

  • a.
    de notariskosten voor het opstellen van statuten;
  • b.
    de kosten van de Kamer van Koophandel.

Artikel 15. Hoogte van de subsidie

  • 1.
    Het toegekende subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van het door de aanvrager ingediende plan en begroting.
  • 2.
    Een subsidie bedraagt eenmalig maximaal € 500.

Artikel 16. Aanvraag

  • 1.
    Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met:
    • a.
      een activiteitenverslag;
    • b.
      een begroting;
    • c.
      een lijst met de actuele opgave van namen en adressen van bestuursleden van de rechtspersoon.
  • 2.
    Een aanvraag om een subsidie kan, in afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV, gedurende het gehele jaar waarop de aanvraag betrekking heeft worden ingediend.

Artikel 17. Verantwoording

Een aanvrager dient de besteding van de subsidie, in afwijking van artikel 16, tweede lid, van de ASV, uiterlijk acht weken nadat de laatste oprichtingskosten zijn gemaakt te verantwoorden door het indienen van een overzicht van die kosten met een toelichting ervan.

Hoofdstuk 4. Jubileumsubsidie

Artikel 18. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.
    Een subsidie geldt uitsluitend voor een 25-, 50-, 75-, 100-, 125- of 150-jarig jubileum, of een veelvoud hiervan, van een aanvrager, die een van de activiteiten als bedoeld in artikel 3 ten doel heeft.
  • 2.
    In afwijking van het eerste lid wordt onder een jubileum van een aanvrager zijnde een carnavalsvereniging verstaan de viering van het 11-jarig bestaan van een dergelijke vereniging of een veelvoud daarvan.
  • 3.
    Een subsidie als bedoeld in het vorige lid geldt uitsluitend voor de hierna te noemen jubilea:
    • a.
      een 22-, 55-, 77- of 99-jarig jubileum;
    • b.
      voor iedere jubileum daarboven is dit ter beoordeling van het college.

Artikel 19. Hoogte van de subsidie

  • 1.
    Een subsidie bedraagt een vast bedrag van € 115 ingeval van een 25- (22-), 50- (55-), 75- (77-), 125- of 150-jarig jubileum.
  • 2.
    Een subsidie bedraagt een vast bedrag van € 160 ingeval van een 100- (99-)jarig jubileum, of een veelvoud hiervan.
  • 3.
    Subsidiebedragen worden niet geïndexeerd.

Artikel 20. Aanvraag en beslissing

  • 1.
    Een aanvraag om subsidie volstaat, in afwijking van artikel 7, van de ASV, met het toesturen van een kort verzoek of een uitnodiging voor het bijwonen van een jubileumviering.
  • 2.
    Een subsidie dient per jubileum aangevraagd te worden.
  • 3.
    Een aanvraag om een subsidie kan, in afwijking van artikel 8, derde lid, van de ASV, gedurende het gehele jaar waarop de aanvraag betrekking heeft worden ingediend, maar in ieder geval voor aanvang van de activiteit of jubileumviering.
  • 4.
    De verleningsbeschikking wordt tevens beschouwd als het besluit tot subsidievaststelling.

Hoofdstuk 5. Structurele activiteitensubsidie

Artikel 21. Het in aanmerking komen voor subsidie

De volgende aanvragers komen in aanmerking voor subsidie bij het organiseren van een of meer van de genoemde activiteiten:

  • a.
    een dorps- of stadsraad:
    • bij het organiseren van activiteiten;
    • bij het aanschaffen van materialen;
  • b.
    een EHBO-vereniging:
    • bij het verzorgen van trainingen en herhalingslessen;
    • bij het ondersteunen van evenementen;
  • c.
    een jeugdvereniging:
    • bij het bieden van wekelijkse activiteiten, zoals wekelijkse spelactiviteiten;
    • bij het bieden van vakantieactiviteiten waarbij specifiek wordt bedoeld activiteiten van het kindervakantiewerk;
  • d.
    een sportvereniging:
    • bij het verzorgen van trainingen;
    • bij het organiseren en deelnemen aan toernooien;
    • bij het deelnemen aan competitiewedstrijden;
    • bij de inzet van deskundig kader;
    • bij de aanwezigheid van voldoende en degelijk materiaal;
  • e.
    een cultuurvereniging:
    • bij het verzorgen van repetities en lessen;
    • bij het organiseren en deelnemen aan concerten en optredens;
    • bij het deelnemen aan concoursen;
    • bij de inzet van deskundig kader;
    • bij de aanwezigheid van voldoende en degelijk materiaal;
  • f.
    een rechtspersoon gericht op:
    • het organiseren van een carnavalsoptocht;
    • het organiseren van een activiteit in het kader van Koningsdag en/of 4-5 mei;
    • het organiseren van een Sinterklaasintocht.

Artikel 22. Hoogte van de subsidie

  • 1.
    Het toegekende subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van het door een aanvrager ingediende plan.
  • 2.
    Een subsidie bedraagt in ieder geval € 400.
  • 3.
    Een aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie van € 150, indien een activiteit wordt georganiseerd waaraan kwetsbare burgers zullen deelnemen indien deze niet tot de reguliere doelgroep van de vereniging behoren.
  • 4.
    Een subsidie voor een dorps- of stadsraad bedraagt, in afwijking van het vorige lid, € 1.500.
  • 5.
    De aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullend subsidiebedrag zoals opgenomen in de bijlage behorend bij deze regeling.
  • 6.
    Het college kan besluiten om een subsidie toe te kennen aan een activiteit die niet is opgenomen in de bijlage als bedoeld in het vorige lid.

Artikel 23. Aanvraag en beslissing

  • 1.
    Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met:
    • a.
      een activiteitenplanning;
  • 2.
    Het college kan een dekkingsplan vragen bij aanvragen boven een bepaald subsidiebedrag.
  • 3.
    Het college geeft een verleningsbeschikking af na vaststelling van het welzijnsplan en uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 24. Verantwoording

Een aanvrager dient de besteding van de subsidie, in afwijking van artikel 16, tweede lid, van de ASV, uiterlijk 1 mei van het daaropvolgende subsidiejaar te verantwoorden door het indienen van een verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, en waarin de specifieke doelgroep en aantal deelnemers worden benoemd.

Artikel 25. Subsidievaststelling

Een subsidie wordt, in afwijking artikel 19, eerste lid, van de ASV vastgesteld binnen twaalf weken na het verlopen van de termijn als bedoeld in het vorige artikel.

Hoofdstuk 6. Basissubsidie

Artikel 26. Het in aanmerking komen voor subsidie

Voor subsidie komt een aanvrager in aanmerking die een activiteit organiseert die bijdraagt aan het Steenbergs belang en een van de activiteiten benoemd in artikel 3.

Artikel 27. Hoogte van de subsidie

  • 1.
    Een subsidie bedraagt maximaal € 400.
  • 2.
    Een aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie van € 150, indien een activiteit wordt georganiseerd waaraan kwetsbare burgers zullen deelnemen indien deze niet tot de reguliere doelgroep van de vereniging behoren.

Artikel 28. Aanvraag en beslissing

  • 1.
    Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met een activiteitenverslag.
  • 2.
    Het college geeft een verleningsbeschikking af na vaststelling van het welzijnsplan en uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
  • 3.
    De verleningsbeschikking wordt tevens beschouwd als het besluit tot subsidievaststelling.
  • 4.
    Bij een beschikking als bedoeld in het vorige lid wordt tevens een afrekenformulier toegezonden aan de aanvrager. Het volledig ingevulde formulier dat door de vereniging retour is gezonden, wordt aangemerkt als de aanvraag om subsidie voor het daaropvolgende subsidiejaar.

Artikel 29. Subsidieverantwoording

Indien blijkt uit het afrekenformulier dat er geen of onvoldoende activiteiten zijn uitgevoerd, kan in afwijking van artikel 28, lid 3, de subsidie lager worden vastgesteld dan de toegekende subsidie.

Hoofdstuk 7. Budgetsubsidie

Artikel 30. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.
    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.
  • 2.
    De aanvrager dient een activiteit aan te bieden voor inwoners van de gemeente Steenbergen, welke grotendeels door professionals wordt uitgevoerd dan wel ondersteund en/of het beheer en/of de exploitatie van gemeenschapsaccommodaties als taak heeft.
  • 3.
    Het college kan een aanvraag om subsidie afwijzen indien de aanvraag in productenaanbod gelijk is aan een rechtspersoon die reeds subsidie ontvangt.

Artikel 31. Hoogte van de subsidie

  • 1.
    Het toegekende subsidiebedrag wordt vastgesteld aan de hand van het door een aanvrager ingediende plan en begroting.
  • 2.
    Jaarlijks kan, voor zover een subsidieaanvraag daartoe aanleiding geeft, het subsidiebedrag worden aangepast met maximaal het in een overeenkomst opgenomen prijsindexcijfer c.q. CAO ontwikkeling.
  • 3.
    Voor het verstrekken van subsidie kan een subsidieovereenkomst worden afgesloten.

Artikel 32. Aanvraag en beslissing

  • 1.
    Een aanvraag om subsidie dient, in afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, toegelicht te worden met:
    • a.
      een begroting en werkplan (waar van toepassing aangevuld met een activiteitenplanning);
    • b.
      een lijst met de actuele opgave van namen en adressen van bestuursleden van de rechtspersoon.
  • 2.
    Het college kan een dekkingsplan vragen bij een aanvraag boven een bepaald subsidiebedrag.
  • 3.
    Het college kan een meerjarige subsidieovereenkomst afsluiten:
    • a.
      het college treedt in overleg over de gewenste activiteiten, prestaties en resultaten, overige subsidieverplichtingen en de hoogte van de te verstrekken subsidie om tot een overeenkomst te komen;
    • b.
      voorafgaand aan het verstrijken van de periode als bedoeld in het vorige lid wordt er overleg gevoerd over de voortzetting van de subsidierelatie.
  • 4.
    Het college geeft de verleningsbeschikking af na vaststelling van het welzijnsplan en uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 33. Aanvullende verplichtingen

  • 1.
    Een subsidieontvanger dient toestemming te vragen aan het college voor het vormen van reserve met een specifiek bestedingsdoel.
  • 2.
    Indien subsidieverstrekking heeft geleid tot vermogensvorming bij de subsidieontvanger, wordt terugbetaling gevorderd tot maximaal het verstrekte subsidiebedrag.
  • 3.
    Een subsidieontvanger is aan het college in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd.
  • 4.
    Bij de bepaling van de hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
  • 5.
    Indien het de waarde van onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling als bedoeld in het vorige lid door een onafhankelijke deskundige.

Artikel 34. Verantwoording

  • 1.
    Een aanvrager dient, bij een toegekend bedrag van minder dan € 100.000,- de besteding van de subsidie te verantwoorden op de wijze vastgelegd in artikel 18 van de ASV, behoudens het tweede lid onder d.
  • 2.
    Een aanvrager dient, bij een toegekend bedrag van meer dan € 100.000,- de besteding van de subsidie te verantwoorden op de wijze vastgelegd in artikel 18 van de ASV.
  • 3.
    Een aanvrager dient de besteding van de subsidie, in afwijking van artikel 18, eerste lid onder a, van de ASV, uiterlijk 1 juli van het daaropvolgende subsidiejaar te verantwoorden.

Artikel 35. Subsidievaststelling

Een subsidie wordt, in afwijking van artikel 19, eerste lid, van de ASV, vastgesteld voor 1 december van het daaropvolgende subsidiejaar na het indienen van de jaarstukken.

Hoofdstuk 8. Overig

Artikel 36. Inwerkingtreding

  • 1.
    Deze subsidieregeling treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 mei 2016
  • 2.
    De subsidieregeling Welzijn 2015, vastgesteld op 20 december 2014, vervalt met ingang van 1 mei 2016.

Artikel 37. Overgangsbepaling

Voor aanvragers van een structurele activiteitensubsidie die voor 1 mei 2016 een aanvraag voor subsidie hebben ingediend voor het subsidiejaar 2017 en door toepassing van deze regeling een lager en of hoger bedrag aan subsidie ontvangen dan in het vorige subsidiejaar (2016) is ontvangen, wordt de navolgende overgangsbepaling gehanteerd:

  • 1.
    Voor een aanvrager die activiteiten organiseert als bedoeld in artikel 21 geldt:
    • a.
      geen overgangsperiode bij een verschil kleiner dan € 500. Met ingang van 2017 geldt het nieuwe subsidiebedrag;
    • b.
      een overgangsperiode van twee jaar bij een verschil tussen € 501 en € 1.000;
    • c.
      een overgangsperiode van drie jaar bij een verschil tussen € 1.001 en € 3.000;
    • d.
      een overgangsperiode van vier jaar bij een verschil groter dan € 3.001.
  • 2.
    Het verschil in subsidie als bedoeld in het vorige lid zal evenredig verdeeld worden over de overgangsperiode.

Artikel 38. Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling welzijn.

Steenbergen, 8 november 2016

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Steenbergen

de locosecretaris, de burgemeester

R.A.J.M. Bogers R.P. van den Belt, MBA                

Bijlage bij artikel 22, vierde lid, van de Subsidieregeling welzijn gemeente Steenbergen

 

Deze bijlage betreft een uitwerking van artikel 22, vierde lid, van de Subsidieregeling welzijn gemeente Steenbergen, waarin is bepaald dat de aanvrager in aanmerking kan komen voor een aanvullend subsidiebedrag zoals hieronder opgenomen.

 

Artikel 1. Dorps- of stadsraad

De aanvrager kan in aanmerking komen voor een activiteitenbudget van € 0,25 per inwoner voor het organiseren van activiteiten en/of het aanschaffen van materialen.

 

Artikel 2. EHBO-vereniging

De aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie voor een of meer van de volgende activiteiten met het daaraan gekoppelde subsidiebedrag:

  • a.
    een bedrag van € 200 bij het verzorgen van trainingen en herhalingslessen;
  • b.
    bij het ondersteunen van evenementen:
    • een bedrag van € 200,- bij 1 tot 5 evenementen per jaar;
    • een bedrag van € 300,- bij 6 tot 10 evenementen per jaar;
    • een bedrag van € 400,- bij 11 tot 15 evenementen per jaar.

Indien na afloop van een jaar blijkt dat het aantal evenementen tot een andere (lagere) categorie behoort, wordt de subsidie naar beneden toe bijgesteld.

 

Artikel 3. Jeugdvereniging

De aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie voor een of meer van de volgende activiteiten met het daaraan gekoppelde subsidiebedrag:

  • a.
    een bedrag van € 1.200,- bij het bieden van wekelijkse activiteiten;
  • b.
    een bedrag van € 1.000,- bij het bieden van meerdaagse vakantieactiviteiten.

 

Artikel 4. Sportvereniging

De aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie boven op de basissubsidie van €400,-voor een of meer van de volgende activiteiten met het daaraan gekoppelde subsidiebedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal leden van de vereniging:

  • a.
    bij het verzorgen van trainingen:
    • een bedrag van € 150, bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 200,- bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 425,- bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 750,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 1.300,- bij meer dan 400 leden;
  • b.
    bij het organiseren en/ of deelnemen aan toernooien:
    • een bedrag van € 50,-. bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 75,-. bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 225,- bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 350,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 650,-bij meer dan 400 leden;
  • c.
    bij het organiseren en deelnemen aan competitiewedstrijden:
    • een bedrag van € 50,- bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 75,- bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 225,- bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 350,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 650,- bij meer dan 400 leden;
  • d.
    bij de inzet van deskundig kader:
    • een bedrag van € 150,- bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 200,- bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 425,- bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 750,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 1.300 bij meer dan 400 leden;
  • e.
    bij de aanwezigheid van voldoende en degelijk materiaal:
    • een bedrag van € 50,-. bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 75,- bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 225,- bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 350,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 650,- meer dan 400 leden;

Artikel 5. Cultuurvereniging

De aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie voor een of meer van de volgende activiteiten met het daaraan gekoppelde subsidiebedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal leden van de vereniging:

  • a.
    bij het verzorgen van repetities en lessen:
    • een bedrag van € 975,- bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 1.375,-. bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 2.275,-. bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 3.850,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 4.250,- bij meer dan 400 leden;
  • b.
    bij het organiseren van concerten en optredens:
    • een bedrag van € 450,- bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 550,-. bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 875,-. bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 2.100,-. bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 2.400,- bij meer dan 400 leden;
  • c.
    bij het deelnemen aan concoursen:
    • een bedrag van € 450,- bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 550,-. bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 875,-. bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 2.100,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 2.400,- bij meer dan 400 leden;
  • d.
    bij de inzet van deskundig kader:
    • een bedrag van € 975,-. bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 1.375,- bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 2.275,- bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 3.850,-. bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 4.250,- bij meer dan 400 leden;
  • e.
    bij de aanwezigheid van voldoende en degelijk materiaal:
    • een bedrag van € 450,- bij 5 tot 50 leden;
    • een bedrag van € 550,- bij 51 tot 150 leden;
    • een bedrag van € 875,-. bij 151 tot 250 leden;
    • een bedrag van € 2.100,- bij 251 tot 400 leden;
    • een bedrag van € 2.400,- bij meer dan 400 leden;

Artikel 6. Volkscultuur

De aanvrager kan in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie boven op de basissubsidie van € 400,- voor een of meer van de volgende activiteiten met het daaraan gekoppelde subsidiebedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van de grootte van de kern waar een activiteit georganiseerd wordt:

  • a.
    bij het organiseren van een carnavalsoptocht:
    • een bedrag van € 550,- bij een kern met meer dan 2.000 inwoners;
    • een bedrag van € 1.550,-.bij een kern met meer dan 5.000 inwoners;
    • een bedrag van €3.600,-. bij een kern met meer dan 10.000 inwoners;
  • b.
    bij het organiseren van een activiteit in het kader van Koningsdag en/of 4-5 mei:
    • een bedrag van € 300,-. bij een kern met meer dan 2.000 inwoners;
    • een bedrag van € 750,- bij een kern met meer dan 5.000 inwoners;
    • een bedrag van € 1.750,-. bij een kern met meer dan 10.000 inwoners;
  • c.
    bij het organiseren van een Sinterklaasintocht:
    • een bedrag van € 100,- bij een kern met meer dan 2.000 inwoners;
    • een bedrag van € 250,-. bij een kern met meer dan 5.000 inwoners;
    • een bedrag van € 650,- bij een kern met meer dan 10.000 inwoners.